Patronen zijn ver te zoeken in het klutsklassement van gisteren. Toch
lijkt één conclusie zich op te dringen: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Het
gekraai van Yoeri van Zweeden diende als peptalk voor zijn dubbele, favoriete oppas.
Mathieu leerde fietsen op de dag dat dochter Jana leerde schommelen. En Jorgito verkeert
net als vrouw Constanze in gezegende positie: hij lijkt zwanger van een dagoverwinning of
zelfs een gele trui. Misschien wordt het wel een man.
Of die trend wordt voortgezet, moet vandaag, zondag 20, blijken. De
kerkklok heit tien als de renners zich opmaken voor de eredienst van Levitan. Het gaat
vandaag over de Zwitserse grens naar Forcalo di Livigno en weer terug, in een rit in lijn
over de Passo d'Eira en de Passo di Foscagno. We rijden door de voortuin van Sondalo waar
Levitan, zijn welkomstspeech indachtig, een bord heeft laten timmeren met de tekst:
Prudenza, vai piano. Een raad die de renners gretig aan hun voorwiel lapten. Nog wel.
Half vier, 33 klimkilometers verder. Het restaurant aan de top van de
Forcola di Livigno. Op tafel wisselen moegestreden rennershoofden en onaangeroerde borden
spaghetti bolognese zich af. De hitte is verzengend geweest. Sommigen moesten tijdens het
klimmen al van de fiets. Uitgeput, uitgedroogd en uitgepraat kruien ze over de finish. Een
wasbak vult zich tot aan de rand met eerder gegeten voedsel. Nooit is het peloton zo stil
geweest. De vraag of we nog van onze koersdirecteur houden, komt duidelijk op het
verkeerde moment.
De strijd was lang en heet. Toon en Mathieu namen - noblesse oblige - het
voortouw. Vanuit het achterland meldde zich een sterke Snok die de nieuwbakken revelaties
niet aan hun lot wilde overlaten. Uiteindelijk zegevierde Toon toch weer voor de derde
keer, voor Mathieu en de Snok. Jorgito werd goede vierde. Tegen de 1,0 en de zich
vastbeitelende grijns van Van Zweeden A lijkt inmiddels geen kruid meer gewassen.
Of toch wel? Twee uur later klinkt door het dal van de Foscagno een
adembenemende kreet. Het is de kleine Faustino. Hij dankt God in de hemel en alle
fietsenmakers op aarde voor zijn allereerste etappe-overwinning ooit. Bij aankomst van
iedere renner klinkt de kreet opnieuw, door berg en been. Na een achtervolging op Toon is
Faustino hardnekkig in diens wiel blijven zitten. Om in de sprint keihard en respectloos,
zoals het hoort, over hem heen te gaan. Het peloton zit nu opgescheept met twee grijnzende
renners. Mathieu en Jorgito werden keurig derde en vierde.
De nieuwe pikorde in de rennersstal schept nog altijd onrust en
verwarring. In de uitslag van de Forcola moet u het podium van vorig jaar zoeken op de
plaatsen acht, negen en tien. Nazorg lijkt geboden. Neem de oude Calmo. Drie kilometer
voor de finish zit hij op een rots. De drievoudige gele-truidager ziet zijn voormalige
slachtoffers langzaam aan zich voorbij trekken. Hij prevelt iets over berkenstammen die
uit zeem opdoemen en kuiten die verzen zingen. En spoelt de oudbakken woorden weg met het
water dat Japi hem zo barmhartig kwam brengen. Hij denkt aan het schrijven van een
boek, onder de titel: 'De Ontdekking van de Hel'. Het speelt zich af ergens bij de
Zwitsers-Italiaanse grens.
Il Calmo
Het citaat van Moto Un
(tegen Luigi, die ver na de tijdcontrole uitgeput aankomt in het restaurant op de Forcola
di Livigno, 100 meter na de douane): "Moest jij ook zo lang wachten bij de grens?"