
|
|
|
Maandag 7 juli 2008: in de klauwen van PluviusDoor le Cinquantedeux |
| Voor het programma van deze dag zie het rittenschema |
 |
Cari amici alla casa, saluti!!!
Een natte groet vanaf onze campeggio in Cepina, waar de modder onverkort soppiger wordt, de afwateringskanaaltjes allengs dieper, en in de Kampeerman de weeë geur steeds pregnanter van het klammig rennersgoed dat – als ware onze fiere circustent een uitdragerij – schaamteloos ter droging wordt uitgestald. Uit de titel van mijn verhaal kon u al opmaken: koning Pluvius regeert hier nog steeds, zij het vandaag met wispelturige hand, waarover straks meer. Neef Donar heeft inmiddels afscheid van ons genomen – op een enkele donderklap na, op de flanken van de Forcola di Livigno vanmiddag. Het gestage getik van regendruppels on onze tentzeiltjes daarentegen begint zo langzaamaan de achtergrondbeat van onze 2008-editie te worden, en begeleidt de rennertjes bij opstaan en slapengaan. Zozeer zelfs dat in het peloton een heuse Frankrijk-lobby is opgestoken. Steeds openlijker durft men te mijmeren over het immer zonnige Barcelonette, waar ieder mogelijk spelbederf van de weergoden bovendien glansrijk wordt opgevangen door het plaatselijke Syndicat d’Initiative met een rijk cultureel zomerprogramma van Armeense pianisten, vuurvreters uit Transsylvanië etc. etc. Maar dit terzijde.
Goed, het dagverslag dus. Waarmee zal ik dit jaar mijn kroniek eens vullen? Die vraag wordt eigenlijk steeds lastiger. Immers, iedere uitwas van jubel en leed, en alle gradaties daartussen, is in de loop der STTP-jaren al eens gepasseerd in deze rubriek. Geeft u het maar toe. Wéér zo’n apocalyptisch verhaal??? Wéér die gegeselde rennertjes die over tot kolkende modderstromen verworden bergpassen hun tocht ter helle volbrengen??? Uw hondstrouwe lezersogen worden zo langzamerhand wat blasé, u gelooft het allemaal wel. En toch was het vandaag weer helemaal raak. Maar hoe ga ik dat doen? Hoe de heroïek en het lijden op u overbrengen waar Gerrit en ik vandaag vanuit onze volgauto getuige van mochten zijn? Vanochtend bij het ontbijt opperde een van mijn STTP-maten dat we onze dagverslagen maar eens zouden moeten uitbreiden met de bijpassende geuren en geluiden. Dan zou het volgen van de koers vanaf het pluche van uw canapé eindelijk iets van een “real life” ervaring kunnen zijn (de striemende teksten van Moto Un daargelaten uiteraard, want die laten zich slechts ter plekke consumeren). Om u in de gelegenheid te stellen de werkelijkheid van vandaag zo dicht mogelijk te benaderen stel ik het volgende voor. U pakt uit de “Koos Koets” sectie van uw CD-rek The Doors (Best of), kiest op uw audio-installatie track één (“Riders on the Storm”), zet de volumeknop op tien, loopt vervolgens met de geprinte tekst van dit dagverslag naar uw badkamer, waar u enige uren tevoren – voor een passend geurpalet – twee emmers klamme vuile was van eergisteren heeft klaargezet, aangevuld met enige stapeltjes natte kranten. U richt de waterstraal van de doucheknop volle kracht op het douchescherm en zet zich aan het lezen. Voilà, het feest kan beginnen.
Zoals ik al zei: na zijn onbetwiste heerschappij van gisteren had koning Pluvius ons ook vandaag weer stevig in zijn klauwen, zij het dat we op een veel gemenere manier nat gingen. Liet hij ons gisteren met zijn egaal grijze hemelboog geen enkele illusie, vandaag werden we dik in de maling genomen, en was de “confusione mentale” dan ook vele malen groter. Vanochtend bij het opstaan: grijs en nat. Het ontbijt in de Kampeerman een troosteloze samenscholing van rennertjes die zich bijna hardop afvroegen wat ze bij gebrek aan Armeense pianisten etc. etc. in hemelsnaam nú weer met hun dag zouden gaan doen. Maar zie daar, gaandeweg de brintaatjes trok het zwerk een beetje open en liet “de ronde bouwlamp daarboven” (zoals de zon hier inmiddels is gedoopt) zich voorzichtig zien. Een uurtje later zat het spul op de fiets richting Tirano, 126 kilometers en ruim 2500 hoogtemeters voor de kiezen, een rondje Italië-Zwitserland-Italië met de ellenlange Bernina/Forcola di Livigno (33 kilometer klimmen naar dik 2300 meter), en om het af te maken een rit in lijn langs de Passo d’Eira en de Foscagno.
Bij de start van de wedstrijd zag het er nog steeds goed uit, pal voor de Italiaanse en Zwitserse grenspost waar verveelde douaniers hun polsen met hun plichtmatig doorwuiven dagelijks aan RSI blootstellen. Weliswaar wat wolkenpartijen ter westerzijde – onze rijrichting - maar ook een aardig zonnetje dat al flink zijn best begon te doen. Dusdanig zelfs dat Wouter, na een schielijk bezoek ter berme met mister-Edet in de hand, besloot zijn koerstrui niet terug aan te trekken, en met zijn blote bast Zwitserland binnen stoof (de herinneringen aan het Oranje-legioen zullen talrijk zijn geweest, langs de route). De lange klim naar Forcola di Livigno gaf een opwindend koersverloop te zien. De gele trui (van Zweeden J) kwam bij de eerste pitsstop die Gerrit en ik maakten weliswaar als eerste door, maar het gaatje met zijn directe achtervolgers was niet groot (zijn broertje T, uiteraard, wie anders, en de ouwe baas Lévitan himself, die na zijn wat amechtige begin op de eerste dag vandaag van begin tot eind imponeerde). Een vijftal kilometers verderop werd de gele trui door zijn broer in de kraag gegrepen, met onze koersdirecteur slechts op enkele tientallen meters afstand, bijtend maar met krachtige pedaaltred. Inmiddels was het zo veelbelovende zonnetje verzwolgen door steeds dreigender wolkenluchten en begonnen de eerste vette druppels te vallen. Met een vette grijns gooide Pluvius de sluizen open en al gauw was er nauwelijks nog een doorkomen aan. Bij onze volgende stop raapten Gerrit en ik Faustino op, die de lokroep van onze warme volgauto niet kon weerstaan (binnentemperatuur 40 graden plus, met de hete blower vol open). Hop, fietsje in de kofferbak, zelf klapperend op de achterbank, met wat vaag gemompel steun zoekend bij Gerrit en mij voor zijn besluit om er de brui aan te geven. Die we hem uiteraard ruimhartig verlenen. Even daarop Wouter en de Snok (in die volgorde) die kort na elkaar als woeste nijlpaarden voorbijspatten, Wouter inmiddels gelukkig wel met gekleed bovenlijf, al zal dat dunne laagje rennerstextiel in het ijzige stortbad dat de heren over zich heen kregen weinig hebben uitgemaakt. Vier kilometer onder de top klampt Calmo ons aan en vraagt – wel beschouwd een verbijsterend verzoek – om… water (!!!). Zijn ruim genomen ravitaillering biedt de Vlo en het Grote Dier – al sinds het begin van de beklimming in een verbeten gevecht met elkaar verwikkeld – de gelegenheid om aan te pikken. Gedrieën wordt het waterballet naar boven voortgezet, Gerrit, Faustino en ik erover heen, langs Freek en Wouter, terug naar de testa della corsa, ruitenwissers op de hoogste stand. Spoedig passeren we de mistgrens en rijden we de woeste wolkenpartijen zelf binnen. Het zicht loopt terug naar twintig, hooguit dertig meter. Daar doemt de ouwe baas op, een verzopen kat, maar nog steeds een mooie rechte zit. Dan een tijdje niks, het gaatje is groter geworden. En daar verschijnen ze, een kilometer of wat van de top, de broertjes J en T, in een woeste, synchrone karpatenkadans. Vol gas stuif ik naar de top (bij een hellingshoek van plus-tien % is dat overigens niet meer dan 40 per uur) om het eind van deze broedertwist te aanschouwen. Dekselse Toon: niet het geel van zijn broertje komt daar als eerste uit de mist aanzeilen, maar hijzelf, een vette grijns op z’n gegeselde gelaat. Met een splijtende demarrage heeft hij zijn definitieve dolkstoot geplaatst. Na de grommende Japi druppelen de andere helden binnen in het godverlaten decor, waar zelfs de hitsige Italiaanse grenswachtertjes van vijf jaar geleden het laten afweten, de luiken dicht dit keer. De gelagkamer van het cafe-ristorante op de top vult zich langzaam met druipende rennertjes. Vergeefs probeert de signora haar glimmende plavuizen schoon te houden. Tegen een middagske Levitan valt niet aan te moppen. De borden spaghetti en tagliatelle volgen elkaar in rap tempo op. Alle beschikbare droge spullen wordt over elkaar aan getrokken, waarbij het Grote Dier de kroon spant: vier lagen kledij weet hij over zijn brede torso heen te draperen: thermo-hemd, twee koerstruitjes en een dikke wollen slobbertrui. En nog trilt zijn ganse lijf bij het verorbren van de pasta. Ja, de mannen zijn diep gegaan.
Dan volgt de tweede beproeving: de koude afdaling naar de voet van de Eira en de rit in lijn naar de Foscagno, waar Faustino vijf jaar geleden het hele dal liet vibreren met zijn schallende overwinningskreet. Bijna zou hij dit jaar het parcours van zijn zegetocht hebben gelaten voor wat het was. Maar de druk van zijn rennersmaten – Moto Un voorop uiteraard – is te groot. Zichtbaar tegenstribbelend verlaat hij het pluche van de bezemwagen om weer in het peloton plaats te nemen. Pluvius beziet het met welgevallen en laat een klein gaatje voor de zon. Daar klinkt het startschot van Aart en vliegt de meute er weer vandoor, blij om zich weer warm te kunnen rijden. In ziedende vaart gaat het naar boven. Lévitan rost zijn hele ziel en zaligheid op de pedalen en gaat ervandoor. Alleen Japi kan hem volgen en rijdt langzaam het gaatje dicht, om vervolgens in grootste stijl zijn grrrrram te halen. Lévitan volgt op gepaste afstand maar weet Toon voor zich te houden. Daarna de rest van het spul, in de volgorde die u hieronder in het overzicht kunt aflezen. Bovenop de Foscagno is het voor de verandering maar weer eens gaan plenzen. Pluvius kent vandaag geen mededogen. Voor de afdeling terug naar de camping mogen we de Vlo als verstekeling verwelkomen, die zich kirrend overgeeft aan het tropische microklimaat dat we wederom met de blower weten te creëren. En als we dan op de tonen van – inderdaad – “Riders on the Storm” het dal van onze camping uiteindelijk naderen breekt het zonnetje alsnog door en trakteert Pluvius ons op een schitterende regenboog. Een goedmakertje, of een laatste stuiptrekking? We hopen dat laatste.
Een sportieve groet namens al mijn helden!!!
Signore di Matteo di Cinquantadue di Grande Bicicletta di Grande Maestro Merckx
|
Wisecrack van de dag
Mathieu parkeert de auto om het dal bij zonlicht te fotograferen. Gerrit: "Schijnt de zon eindelijk een keer gaan ze gelijk weer fietsen.". |
 |
| Klassement na en uitslagen van vandaag |
| Klassement |
Forcola di Livigno |
Rit in lijn (2 cols) |
| # |
Renner |
Sttp |
Totale tijd |
# |
Tijd |
hm/u |
km/u |
# |
Tijd |
hm/u |
km/u |
| 1 |
Japi |
1,44 |
4:25:59 |
2 |
1:59:42 |
906 |
16,5 |
1 |
0:44:40 |
940 |
17,5 |
| 2 |
Toon |
1,93 |
4:36:13 |
1 |
1:59:12 |
902 |
16,4 |
3 |
0:46:45 |
898 |
16,7 |
| 3 |
Wouter |
3,59 |
4:52:06 |
4 |
2:15:20 |
798 |
14,5 |
5 |
0:48:43 |
862 |
16,0 |
| 4 |
Il Faustino |
4,00 |
2:43:46 |
0 |
0:00:00 |
0 |
0,0 |
4 |
0:47:23 |
886 |
16,5 |
| 5 |
Levitan |
4,00 |
4:50:41 |
3 |
2:02:04 |
885 |
16,1 |
2 |
0:45:30 |
923 |
17,1 |
| 6 |
De Snok |
5,37 |
5:11:19 |
5 |
2:18:50 |
778 |
14,2 |
6 |
0:52:45 |
796 |
14,8 |
| 7 |
Il Animale |
6,54 |
5:28:01 |
6 |
2:24:40 |
747 |
13,6 |
8 |
0:57:10 |
735 |
13,6 |
| 8 |
Il Calmo |
7,59 |
5:36:10 |
7 |
2:24:42 |
746 |
13,6 |
7 |
0:56:55 |
738 |
13,7 |
| 9 |
De Vlo |
8,37 |
5:45:33 |
8 |
2:26:00 |
740 |
13,5 |
9 |
1:02:30 |
672 |
12,5 |
| 10 |
Cinquantedeux |
10,00 |
2:51:51 |
0 |
0:00:00 |
0 |
0,0 |
0 |
0:00:00 |
0 |
0,0 |
|
|
|
|
|