
|
|
|
Vrijdag 16 juli 2010: Het KoningskindDoor de Vlo |
| Het sprookje dat vandaag door Jorge voor ons werd geschreven op de hete stenen van de Ventoux is echt mooi en U zal er moed uit putten. Het heet "Het Koningskind". |
|
Het Koningskind
Er was eens een klein landje en dat heette Nederland. Het was een beetje een vreemd landje. Dat kwam omdat het ermee begon dat er ineens een stuk zeebodem tijdelijk droogviel en sommige mensen uit de landen ernaast het daar wel eens wilden proberen. Ze vonden het wel een beetje eng met die zee zo dichtbij en voor de zekerheid hebben ze zich toen ook stukjes van andere landen toegeëigend, zoals de Antillen en Indonesië. Het gevolg van dit alles was dat er heel verschillende mensen in Nederland woonden die vaak in de war raakten over de vraag wie er nu eigenlijk het meest Nederlander was en wie er nou het meest trots op z'n land mocht zijn. De koning kwam bijvoorbeeld uit drie verschillende werelddelen tegelijk en was nog familie van de koning van Hispanje, de Koningin was naar het schijnt van Duitsen Bloet. Een verwarrende toestand!
Omdat het land zo vlak was waren de Nederlanders erg goed in het bakken van platte pannekoeken en ook in voetballen, wat op een vlak stuk land gespeeld wordt. Verder waren ze handig met het graven van kanalen en opwerpen van dijken. Hele geleraties gravers groeiden op, die het met hun blote handen konden. Voor de pannekoekenbakkers en de gravers was het leven hard, maar ze klaagden nooit. Dat kwam omdat de voetballers elke vier jaar ergens in de wereld tegen de andere landen gingen voetballen en dat deden ze meestal erg goed en dan waren de pannekoekenbakkers en de gravers allang blij want daar hoorden ze toch maar mooi bij.
Het ging zo jarenlang goed met de sport in Nederland, totdat langzaam duidelijk werd dat de voetballers wel goed waren maar eigenlijk niet echt konden winnen. Tot drie keer toe werd zelfs de finale gehaald maar elke keer ging het dan toch weer mis. Vooral na de derde keer waren de pannekoekenbakkers en de gravers echt niet meer blij omdat de voetballers er een schoppartij van hadden gemaakt waar ze zich eigenlijk voor schaamden. Een jammerlijke toestand!
Intussen was er ook goed nieuws. Op het koninklijk paleis was er een koningskind geboren. Het heette Jorge. Omdat het zowel Duits was als Spaans als ook Antilliaans en misschien nog wel iets was het een prachtig mooi koningskind, waar het koninklijk paar erg blij mee was. Het lachte altijd en iedereen die het Koningskind zag werd een beetje blij van binnen.
Wel waren de Koning en Koningin een beetje bang dat hun kind iets zou overkomen en daarom besloten ze dat het binnen moest blijven en niet buiten mocht spelen. Om beurten mochten de pannenkoekenbakkers, de gravers en de voetballers in het paleis op bezoek komen om het prachtige kind te komen zien, want het koninklijk paar wilde hun geluk wel graag delen met alle onderdanen.
Eerst ging dat een aantal jaren goed, toen wat minder, maar op een dag was het Koningskind niet meer gelukkig in het paleis. Het wilde ook voetballen en pannenkoeken bakken en kanalen graven en niet meer alleen maar lachen naar het bezoek. Hij vond de mensen aardig en wilde bij ze zijn en niet alleen maar binnen. Lange avonden dacht de kleine prins na over hoe hij dat voor elkaar moest boksen maar hij kwam er niet uit.
Op een dag kwam er hoog bezoek uit het buitenland. Het ging om een zekere monsieur Lévitan, uit Frankrijk, die de baas was over een sport die wielrennen werd genoemd. Dat vond de prins een rare naam, wielrennen. Maar het maakte hem ook nieuwsgierig, dus vroeg hij die Mr Lévitan om hem uit te leggen wat dat wielrennen dan eigenlijk was. En Mr Lévitan legde uit dat er een fiets bij nodig is, die een trapas heeft, waar je dan met je benen heel hard omheen moet draaien, en dat dat "rammen" heet, en dat het gewoon buiten op straat gebeurt.
En toen had de kleine prins ineens een idee. Een schitterend idee zelfs, waarmee hij alles goed kon maken voor hemzelf, die nooit naar buiten mocht, en voor de Nederlanders, die altijd maar verloren. Dat wielrennen, dacht de kleine Jorge, is eigenlijk gewoon een ordinaire schopartij, en daar heb ik wel kijk op. Als ik daar nou 'ns goed in zou worden.... Dan kan ik misschien meedoen in de grote koers van Mr Lévitan en dan wereldkampioen worden en alle Nederlanders eindelijk echt blij maken En dan mag ik eindelijk op straat!
De volgende dag legde de kleine Jorge zijn idee voor aan de koning. Die dacht diep na en zag het niet zitten met dat plan. Maar hij zag ook dat Jorge het heel graag wilde en uiteindelijk stemde hij erin toe dat Jorge voortaan wielertraining mocht volgen. In de paleistuin weliswaar, maar wel van echte wielertrainers. Zo was er bijvoorbeeld een die uit de Antillen kwam en Grote Jaap werd genoemd. Hij had vroeger als renner alle wedstrijden al eens gewonnen en was later een heel goede en geduldige trainer geworden.
Op een dag was Jorge goed genoeg bevonden om voor het eerst op proef een wedstrijd te mogen rijden in het verre Italië. Mr Lévitan had het geregeld met de trainer en de Koning en met een hoofd vol grote dromen ging Jorge naar de wedstrijd. Hij dacht na over alles wat hij van Grote Jaap had geleerd en hoopte dat het hem zou lukken een prijs te winnen.
Maar o wat viel dat tegen. Hoe de kleine Jorge ook probeerde te doen wat hij had geleerd, de wielerwedstrijd klopte steeds niet en draaide hem een rad voor ogen en de andere wielrenners waren veel beter in de ordinaire schoppartijen dan hij, terwijl hij nota bene uit Nederland kwam!
Na afloop van de eerste koers kwam de kleine prins huilend terug op het paleis, waar de koning en de koningin natuurlijk erg van schrokken. Na de tweede koers was het al niet anders. Maar, hoewel ze niet begrepen waarom, Jorge wilde doorgaan met proberen en Grote Jaap zei dat het een leerproces was. En ze waren ook wel gesteld geraakt op de grote Mr Lévitan, die altijd erg vriendelijk op ze overkwam, en dus lieten ze hun koningskind iedere keer weer gaan naar de volgende koers en de volgende koers. Toch bleef de kleine prins iedere keer huilend terugkomen. En op een dag vroegen ze hem wat er dan zo moeilijk aan wielrennen was.
Toen begon Jorge te vertellen. Over zijn fiets en over de trapas waar je benen omheen moeten om dat ding zo hard mogelijk te laten draaien en over zijn benen die daar eigenlijk heel goed in zijn. En over de prachtige straten in verre landen die omhoog lopen en waar de mensen naar hem zwaaien en hoe fijn hij dat altijd vind. Na nog wat vragen van de koning en de koningin en evenveel enthousiaste antwoorden van Jorge begreep het koninklijk paar er na een poosje helemaal niets meer van. "Maar lieve jongen," vroegen ze, "hoe kan het dan zijn dat je zo gelukkig wordt van dat wielrennen maar ook iedere keer weer huilend thuiskomt?"
Toen begon de kleine prins te vertellen. Het probleem was eigenlijk niet het wielrennen zelf, maar de andere wielrenners. Er was er bij voorbeeld eentje bij uit het verre Brabant die Mr 52 heette en die zo hard kon trappen dat soms de stenen uit de straat vlogen en tegen hem was het in de vlakke straten eigenlijk geen doen. En er was er nóg eentje uit het verre Brabant en die heette Faustino en die kon doen alsof hij heel klein was maar als je dan dacht dat je van hem ging winnen werd hij ineens heel groot en dan ging ie ineens heel hard rijden en dan zat je weer.
De koning en de koningin luisterden aandachtig en de prins vertelde steeds meer over de andere wielrenners. De renner uit het verre Boskoop bijvoorbeeld, die Hengst genoemd werd en zo hard kon dat je er bang van werd. En de Calmo uit het verre Italië, die al wielrennend psalmen kon zingen met zijn kuiten waardoor er iets gebeurde met de zwaartekracht wat heel vreemd was en volgens Jorge niet klopte maar waar je in elk geval nooit van kon winnen in de straten die omhoog liepen. En over de Karpaten waar een hele rij renners vandaan komt...
En toen stokte het in de kleine Prins. Hij probeerde het nog eens, maar over de renners uit de Karpaten kon hij geen woord uit zijn mond krijgen. Hij begon onbedaarlijk te huilen en het koninklijk paar zag meteen duidelijk dat er iets moest gebeuren. Op het paleis werden de volgende dag de trainer en de koersdirekteur ontboden en nog iemand die heel knap was en Dr Braun heette. Er volgden intensieve besprekingen en de belevenissen van de kleine prins werden tegen het licht gehouden. Maar ze kwamen er niet uit en de kleine prins was erg verdrietig.
Intussen herhaalden zich de mislukkingen en de huilbuien en de hernieuwde pogingen en de volgende mislukkingen en steeds ergere verdrietige huilbuien en de kleine prins was ten einde raad. Totdat hij na afloop van alweer een mislukte koers een keer in gesprek raakte met een jonge renner die Matijs heette en al heel goed was in wielrennen en die iets tegen Jorge zei wat erop neer kwam dat hij niet teveel meer moest nadenken.
Het was een onverwacht en vreemd advies maar het hielp wel meteen. Die nacht sliep de kleine prins als een roos. Van de nachtmerries over die gemene renners uit de Karpaten had hij niks geen last meer en toen de Grote Koers om de Wereld aanbrak stond Jorge als een ander mens aan de start. Hij was rustig en groot geworden en meteen op de eerste dag ging het al goed en hij pakte het geel en van de vuile streken van de andere renners had hij niks geen last meer.
Die begrepen er niks van, dat ze de kleine Prins niet meer aan het huilen kregen en dat beviel ze helemaal niet. Dus op een avond bedachten ze een list. De renners uit de Karpaten kwamen met een gemene kettinghond die eigenlijk veel te sterk was en nog gemeen ook. Ze leerden hem rijden op een fiets, die een aangepaste achtervork had omdat een gewone fiets niet sterk genoeg was. Om te zorgen dat Jorge het niet zou merken verkleedden ze het beest als een van hun renners die Toon heet en met een beetje handig opmaken zorgden ze ervoor dat hij ook als twee druppels water op Toon leek! En Jorge was zo hard zijn best aan het doen dat hij er niets van in de gaten had.
De mensen aan de kant zagen het wel. Tussen de vervaarlijke tanden van de kettinghond kwijlde het een beetje en dat roken ze. "Wat een schande!" riepen de mensen, die nu echt geschokt waren over wat ze zagen en bang waren dat de kleine Prins weer huilend naar huis zou moeten. Die werd intussen een paar keer verslagen door de vermomde kettinghond en op een dag was Jorge zelfs zijn gele trui kwijt. Toen werd Jorge wel een beetje bezorgd en dus belde hij Matijs om goede raad. "O zijn die Karpatenkoppen weer bezig?" zei Matijs, die meteen in de gaten had hoe het zat. "Vergeet alles wat je weet", vervolgde hij, "duw die ketting naar rechts en ga dan rammen totdat je over de meet ben!".
De rest van het verhaal, lieve mensen, kunt u wel raden. Het werd een grootse overwinning voor het groot geworden koningskind en toen hij een paar dagen later terug was in Nederland werd hij gehuldigd op het paleis. Alle voetballers, pannekoekenbakkers en gravers van Nederland mochten komen en het werd een enorm feest dat dagen duurde. De Nederlanders waren blij dat ze nu niet meer altijd hadden verloren en iedereen leefde nog lang en gelukkig.
De Vlo.
|
| Uitslagen van vandaag en eindklassement |
| Eindstand |
Mont Ventoux (vanuit Bédoin) |
| # |
Renner |
Sttp |
TotTijd |
# |
Tijd |
Hm/u |
Km/u |
| 1 |
Jorge * |
1,56 |
11:27:13 |
1 |
1:39:51 |
961,4 |
12,9 |
| 2 |
Japi * |
1,86 |
11:23:00 |
3 |
1:42:21 |
938,0 |
12,5 |
| 3 |
Faustino * |
3,11 |
11:51:11 |
2 |
1:40:33 |
954,7 |
12,8 |
| 4 |
Snok * |
4,79 |
12:41:39 |
4 |
1:55:43 |
829,6 |
11,1 |
| 5 |
Levitan * |
4,93 |
12:48:43 |
5 |
1:57:08 |
819,6 |
11,0 |
| 6 |
Toon * |
5,14 |
13:00:47 |
6 |
2:12:46 |
723,1 |
9,7 |
| 7 |
Animale * |
6,49 |
13:41:04 |
7 |
2:01:06 |
792,7 |
10,6 |
| 8 |
De Vlo |
8,00 |
2:32:57 |
8 |
2:32:57 |
627,7 |
8,4 |
| 8 |
Greppel |
8,00 |
2:33:39 |
0 |
0:00:00 |
0,0 |
0,0 |
|
* |
Renners met een sterretje hebben alle beklimmingen volbracht |
|
|
|
|