Bij blauwe zomerlucht zal ik de bergweg gaan
Geprikt door t zoute zweet langs bermen met dor gras
k Zal fietsend onder zon verschroeid van dorst vergaan
Ik laat de wind mijn hoofd bepoederen met asIk zal niet spreken, niets meer denken dan:
mijn stuur
Maar hoge klimkoorts maakt gedachten tot een brij
En ik ga ver, heel ver, als een boheems figuur
Door bergen blij: ik denk ik ben de rest voorbij
|