Ik droomde dat ik langzaam fietste
dat ik oneindig traag bewoog.
In de pas de laatste gans
en in de verte slonk Conscience
tot een onooglijke stip omhoog.Het was verschrikkelijk; om mij heen
schoot alles op; ik bleef alleen.
k Zag bladeren verkleuren en vervalen
beken verstillen tot ijzig steen
Vlo skiënd naar Bolzano dalen.
Jaargetijden kwamen en vervlogen
plots ontwaarden mijn benepen ogen
een rood machien: Aart ... jongens nog gezien?
Ja, sprak hij zonder mededogen
die komen over een minuut of tien.
Il Calmo, zomer 1996. |