
|
|
|
Monsieur Lévitan
(‘Sam Hall’, traditional uit de 18e eeuw, deze is gebaseerd op de versie van Frank Tovey) |
|
|
O mijn naam is Lévitan, directeur, directeur,
O mijn naam is Lévitan, directeur.
O mijn naam is Lévitan en ik zeg “Stick to the plan”,
Anders komt er nooit wat van, dachetnie, dachetnie.
Denk jij dat je ‘t beter kan? Dachetnie!
O van koersen ben ik gek, ben ik gek, ben ik gek,
O van koersen ben ik gek, ben ik gek
O van koersen ben ik gek, ook al breek ik haast mijn nek,
Als ik slip in ‘n olievlek, dachetwel, dachetwel,
En al rij ik zo vaak lek, dachetwel!
‘k Heb mijn vrienden meegelokt in de koers, in de koers,
‘k Heb mijn vrienden meegelokt in de koers.
‘k Heb mijn vrienden meegelokt en wat zijn ze opgefokt:
Voor de winst wordt hard geknokt, dachetwel, dachetwel,
En d’r is d’r een die klokt, dachetwel!
In het voorjaar Waalse Pijl, Waalse Pijl, Waalse Pijl,
In het voorjaar Waalse Pijl, Waalse Pijl.
In het voorjaar Waalse Pijl, god wat zijn die heuvels steil,
Da’k haast achterover keil, dachetwel, dachetwel,
En me fiets druipt van het kwijl, dachetwel!
En dan rijen we een week Zomerkoers, Zomerkoers,
En dan rijen we een week Zomerkoers.
Ja dan rijen we een week in een hooggebergtestreek,
Nee dat is niks voor een leek, dachetnie, dachetnie,
Ik weet waar ik over spreek, dachtwel! |
 |
 |
|
‘t Is een bikkelharde strijd, elke col, elke col,
‘t Is een bikkelharde strijd, elke col.
‘t Is een bikkelharde strijd, ‘k raak die plakkers maar niet
kwijt,
Straks zien zij nog hoe ik lijd, dachetwel, dachetwel,
Niemand die me nu benijdt, dachetnie!
O d’r is d’r nog een mee, in de klim, in de klim,
O d’r is d’r nog een mee, in de klim.
O d’r is d’r nog een mee, ik moet dus trappen dus voor twee,
Nou hem lossen valt niet mee, dachetnie, dachetnie,
Hij volgt schijnbaar heel gedwee, dachetwel!
Daar springt hij plots uit mijn wiel, hij ontsnapt, hij
ontsnapt,
Daar springt hij plots uit mijn wiel, hij ontsnapt.
Daar springt hij plots uit mijn wiel, ik zet aan als en debiel,
Bijna wou ik dattie viel, dachetwel, dachetwel,
Nee zijn poging was futiel, dachetwel.
Wat een tempo rijdt die vent, 't is een beest, 't is een beest,
Wat een tempo rijdt die vent, 't is een beest.
Wat een tempo rijdt die vent, of hij de zwaartekracht niet kent,
Hij vliegt als een jan-van-gent, dachetwel, dachetwel,
Hij verdient een vette prent, dachetwel!
‘k Krijg me bene haast niet rond, haast niet rond, haast niet
rond,
‘k Krijg me bene haast niet rond, haast niet rond.
‘k Krijg me bene haast niet rond en een zere apekont,
Bijna viel ik op de grond, dachetwel, dachetwel,
‘k Wou dat ik al bovenstond, dachetwel!
[langzaam:]
‘t Is een kruisgang naar de top, hongerklop, da’s geen mop,
‘t Is een kruisgang naar de top, da’s geen mop.
‘t Is een kruisgang naar de top, Moto Un die Wacht me op,
En met een schouderklop, zegt hij dan, onaangedaan,
Met een grijns op zijn kop: “Goed gedaan.”
O mijn naam is Lévitan, directeur, directeur,
O mijn naam is Lévitan, directeur.
O mijn naam Lévitan en ik zeg “Stick to the plan”,
Anders komt er nooit wat van, dachetnie, dachetnie.
Denk jij dat je ‘t beter kan? Dachetnie! |
 |
|
|
------------------------------------------------------
Dit lied werd voor het eerst ten
gehore gebracht tijdens de viering van het derde lustrum van de
Sttp-zomerkoersen in Baclain, op 2 mei 2004.
Jaap werd op gitaren begeleid door zijn broers Willem en Toon. |
|
|
|
|