
|
|
|
Zwitserland 1997
Melodie: Jaap Fischer, Er woonden twee monikken
|
Daar zaten twaalf fietsertjes dom en
daaps
Op een camping bij een heuvel
Ze sleten hun tijd in een bungalowtent
Met geschrans, geruft en gekeuvel
Ze kletsten over STTPs
En loofden hun baas in psalmen
En zo kon je Jaaps eerste en Vlos tweede stem
In de omtrek horen galmen
Ook gingen ze naar het dorp benee
Om chips, wijn en pasta te roven
En dan graaiden ze hele schappen leeg
En dan gingen ze weer naar boven
Er klopte daar n motormuis aan
die hebben ze opgenomen
Want ze misten bij t klimmen de perskaravaan
Daar ze graag op de buis wilden komen
Het muisje verfilmde het gezweet en gevloek
En klokte hun tijd op de toppen
Het zakjapannertje werd n notebook
Om de strijd nog wat meer op te kloppen
En s avonds deden zij de oude Vlo kond
van punten en stand en annalen
Aan de Stammtisch ging de wijnfles rond
En bij t thuisfront de sterke verhalen
Maar toen kwam daar een verschrikkelijke dag
Met stortregens, wind door je mergen
Het groepje rilde vol ontzag
Voor de plots zo verwoestende bergen
Maar toen sprong die malloot in het geel op zijn fiets
En zei, dat kunnen we zo niet laten
De koers die moet door anders hebben we niets
Bij de Novib om over te praten
En zo rossen ze jaren de bergen reeds door
Al vele ontelbare keren
Ja ze gaan vast tot hun vijfentachtigste door
Levis gasten zijn straffe peren
Le Cinquantedeux, zomer 1997. |
 |
 |
|
|
|
|