Van Zweedengebroed
Ludo, Jaap en Toon |
|
|
| Het debuut van het van Zweeden-gebroed in de koers van 2001
heeft zowel in sportief als in musisch opzicht voor heel wat opschudding gezorgd. Alledrie
bij de eerste negen geëindigd in het klassement. Jaap stond zelfs tot de laatste dag op
een podiumplek. Toon tracteerde het peloton op de laatste avond in Malaucène op een
prachtig lied, begeleid door virtuoos eigen
gitaarspel. Jaap zorgde voor belangrijke aanwinsten in de rubriek "gedichten" en dwong zelfs een heel nieuwe rubriek
af: "Sttp galerie". |
|
De tweeling heeft hun oudere broer Willem "Ludo"
gedoopt. Hij doet als renner namelijk verdacht veel aan Ludo Dierckxsens denken: heel veel
hard op kop rijden, maar aan de finish altijd met lege handen. Ludo onderscheidt zich ook
buiten de koers door z'n hulpvaardigheid. Als mede-kampeerders met een paar flessen wijn
op weg zijn naar de Kampe(e)rman, kun je er zeker van zijn dat men Willem moet hebben. Dan
is er weer een auto gerepareerd, een tentje rechtgezet of een kind van de verdrinkingsnood
gered.
De oudste van de tweeling wordt "Japi" genoemd. Niet omdat hij zo klein
is, maar om hem niet te verwarren met "grote Jaap", zoals Il
Animale ook wel genoemd wordt. |
|
| Voor de verdere introductie laten we de geboeders zelf aan
het woord. Allereerst lezen we hoe Japi op 12 maart 2001, het driemanschap bij de
koersdirecteur aanmeldde onder de titel "Zomerkuur": |
|
Dottore,
Ik heb slecht nieuws voor u: de symptomen van de klimkoorts (Alpinitis Lévitanica, als ik
me niet vergis) doen zich ernstig voelen. Deze steekt, zoals u bekend zal zijn, direct de
kop op ná het woeden van de Ardennitis Lévitanica subsp. 'Flèche Wallone'.
De besmettingshaard had ons uitgenodigd voor een weekje België waar de ziekte vrijwel
gelijk de kop opstak (1 beet van de Vlo was voldoende).
Daarom verneem ik gaarne van u de vertrekdatum en datum van terugkeer van de zomerkuur.
Mocht er geen plaats meer zijn voor nog drie patiënten, dan kan het Van Zweedengebroed
altijd nog een kuur in familieverband proberen te organiseren, maar dan zonder
gediplomeerd verpleegkundig personeel. U moet dan niet verbaasd staan te kijken als u ons
aan de voet van deze of gene Alpenreus aantreft, misschien zelfs aan de voet het Loeder,
in een ijdele poging deze chronische koorts te bestrijden. Opgemerkt dient te worden dat
in dat geval van genezing wellicht geen sprake zal zijn, aangezien de genezende
beklimmingen vrij accuraat over een bepaald aantal dagen verspreid en in de juiste
volgorde toegediend moeten worden.
Met koortsige groeten,
Jaap. |
 |
 |
|
Na de midzomerkoers op 1 juli 2001 vatte Toon zijn gevoelens als volgt samen:
Nog lang zal mij met volle teugen
De Utrechtse Heuvelrug heugen.
Ik ben daar geslacht.
Ik had nooit verwacht
Dat deze lui zó erg niet deugen. |
|
Midzomerkoersdirecteur Snok liet dat niet op zich zitten. Getergd
pakte hij z'n dubbelloops en antwoordde als volgt, onder de titel "drop en
drover":
Ik ben maar een fietser te Utrecht
die almaar tegen zichzelf vecht
na zestig al moe
van al dat gedoe
en niemand die mij dat eens uitlegt |
|
En vraag je 't gezelschap eens mede
dan zoek je nog meer naar de rede
ze trappen d'rop los
op Rug, Dijk en bos
En d' ergsten die heten Van Zweeden |
|
Ook Il Faustino (Corné) mengde zich in dit limerickgevecht en
informeerde fijntjes of de heren soms naar Zeeland hunkerden.
Toon dient Corné van repliek met de volgende limerick:
Corné daagt ons uit daar in Zeeland.
Misschien is dat geen goed idee, want
Wij vallen daar mooi
Aan zijn tandwiel ten prooi,
Want 't is daar nog altijd Cornéland. |
|
In zijn verweer op het salvo van Snok schuwt Toon de beschuldigende
vinger niet:
't Is waar: van mijn vader een zoon
Was hij met het ergste vertoon.
Vergeet echter niet
De grootste deugniet
Heet Willem of Jaap maar niet Toon. |
|
 |
 |
Ook Japi kan het niet laten aandacht te vragen voor "één
van de anderen". Hij refereert aan de bekliming van de Mont Ventoux (ook wel
"het loeder" genoemd) een jaar eerder. Die eindigde voor Ludo jammerlijk bij het
Chalet Reynard, 6 km onder de top.
k Vertel u wat over mijn broeder
Hij sneefde door drank op het loeder
Met kracht smijt die man
Maar k zeg er niks van
Ook in de koers ben k niet zijn hoeder |
|
Meesterdichter Calmo, die zelf de midzomerkoers van 2001 niet reed
wegens verplichtingen in de Ardennen, maakte hardhandig een einde aan deze limerickstrijd:
Zondagsdichters, slimmerikken,
Uw kreupelrijmlimmericken
Zijn vals en gelijkvloers
Me dunkt 't is geen koers
Voor platte- maar klimmerikken |
|
Dachten wij.
Meer nee, daar was Toon nog een keer:
Een zondaar - zo staat in de bijbel -
Die vraagt met een oordeel om heibel.
Zelfs Calmo is maar
Een zondagszondaar:
Hij zondigt met zondag-gespijbel. |
 |
 |
|
 |
 |
Ludo tenslotte, heeft zonder van bovenstaande iets te weten ook zijn ervaring met de
midzomerkoers vervat in poëzie. In zijn gedicht herkennen we de meest ongecompliceerde
renner van de groep, die inderdaad alleen zichzelf pijn doet en die niets of niemand iets
verwijt.
Ik zag
Ik zag de dijken
grijs hoog zwaar en sterk
wind die je doet bezwijken
twintig wielen onder dikke dijen
Tegen vijftig in het uur
draait de wind om de dijken
harder nog harder voel het werk
weet de benen krijgen het zuur
de heuvels lijken nu bergen
in Utrecht is het werken |
|
| Op de foto hiernaast ziet u het resultaat van
goede werken in Den Haag. Verder commentaar overbodig, dachten
wij zo. Als u weet dat deze foto gemaakt is op 25 mei 2003
begrijpt u ook meteen dat het fietsje van Ludo voorlopig bij de
schoorsteen blijft staan, zeker nu Joeri een broertje heeft: Gijs. |
 |
 |
|