
|
|
|
Nondeju!
Wanneer mag
nu de kurk van die fles? |
De belevenissen in een Frans internetcafé inspireerden
Jack van de Watering, fanatiek supporter (en broer) van Il Faustino tot onderstaand
verhaal.
Vol spanning zien wij weer uit naar de verrichtingen van
de koene ridders op hun stalen rossen. Graag zouden wij de flanken van de Mont Ventoux
volkalken met de namen van onze helden. Eens zal het er van komen, maar vooralsnog
koesteren wij onze belangstelling van een afstandje. Zo moet u dit verhaaltje ook zien,
gelardeerd met enige zelfspot. |
|
 |
 |
Normaal gesproken beleven we onze vakantie vrijwel
geheel afgesneden van de normale beslommeringen. Noodgedwongen of bewust zonder de meest
gangbare communicatiemedia: geen TV, geen krant, geen telefoon en geen PC. Alhoewel? Natuurlijk kopen
we toch soms een krantje, sturen een kaartje en vooral bellen we eens een keertje met de
achterblijvers, al dan niet het mobieltje. Vorig jaar
had ik ook nog eens een goede reden om gebruik te maken van het cybercafé waarover onze camping volgens de folder
beschikte. |
|
Het was niet zozeer dat de e-mailtjes de dure telefoontjes naar het thuisfront
konden vervangen, tenminste zolang mijn broer,
het enige familielid dat ook op internet zit, zelf ook nog niet vertrokken
was. Maar bovenal deed mijn andere broer, il Faustino,
mee aan een wielerwedstrijd in de Dolomieten waarvan op het internet verslag werd gedaan.
Uiteraard wilde ik het verloop graag weten en zou ik via
het internet aanmoedigen kunnen sturen naar zijn mobieltje.
Zo gezegd, zo gedaan. Maar viel dat even tegen. Het websurfen viel nog
wel mee, hoewel ik voordat ik verbinding kreeg wel een paar pop-up menu-tjes voor de
kiezen kreeg waar ik met mijn vakantieFrans niet veel van kon bakken. Een kwestie van
genoeg toetsen proberen kennelijk. Daarna dook de volgende hindernis op. Het apestaartje (of is het nu apenstaartje) zat verstopt als tweede
functie (nee geen shift-nogwat) op de bovenste rij van het toetsenbord. Enfin na enig
zoeken was door het vinden van een 2me fn-toets ook dat probleem
opgelost. Vervolgens kreeg ik bij het versturen van SMSjes ook al snel in de gaten dat ik
aan mijn vaardigheid in het tien vinger blind typen hier weinig had. Die PC had namelijk
een AZERTY-toetsenbord en de qchteloos ingetypte winnen zqren soms niet te lewen. Echt een
ramp werd het pas toen ik een mailtje probeerde te versturen. Al snel had ik ergens een
menu-tje gevonden om de configuratie van mijn
eigen gratis e-mail account, iets wat mij thuis in no-time lukt, in te vullen en ook
het icoontje waarmee ik toegang kreeg tot het opstellen van een berichtje. Goed, berichtje
ingetypt (niet meer qchteloos) en op de button voor verzenden geklikt. Maar dan. Voor mijn
gevoel moest er toch iets meer gebeuren of iets meer te zien zijn. Was het echt wel
verzonden? Verwoed ploegde ik door de menu-tjes en icoontjes, terwijl de PC allemaal
onbegrijpelijke taal terug bralde. Uiteindelijk vond ik iets wat volgens mij in normale
termen de out-box heet, want daar stond mijn berichtje nog keurig in. Merde. Er restte mij
niets anders dan verwoed door te gaan om proberen het bericht te verzenden. Uiteindelijk
gebeurde er iets. Ik kon zien dat er iets gebeurde. Alleen begreep ik niet wat, vanwege
mijn vakantieFrans. Snap je? Even later bleek mijn bericht niet meer te staan in wat ik
vermoedde dat de out-box was. Hoera! Maar in de week hierna is het me niet meer gelukt.
Had ik maar opgeschreven hoe ik het gedaan had, nondeju (thats French).
Op zich had ik wat minder moeite om de dagelijkse verrichtingen van het
STTP-peloton te volgen. Wel gebeurde het wel eens dat er een file was in het cybercafé,
omdat een doorgewinterde workaholic op vakantie het
enige point d'accès bezet hield. Die ene PC
bevond zich bovendien juist onder het televisiescherm, dat aanging zodra dat andere
peloton - dat toevallig ergens in Frankrijk rondtourde - de eindstreep naderde.
Onwillekeurig bekroop mij het gevoel in de rug te worden aangekeken: 'pardon messieur, zit
ik u in de weg?' Dit had als onvermijdelijke gevolg dat mijn oog-hand coordinatie werd
opgezweept tot een maximaal scroll- en leestempo, tot groot ongenoegen van de mij
vergezellende echtgenote, die de alsmaar bewegende tekst maar moeizaam kon duiden.
Uiteindelijk volgden haar "ho even, ho even" en mijn "kan 'ie, kan
'ie" elkaar in rap tempo op. Gelukkig wist ik, en mijn vrouw in iets mindere mate,
voor het verstrijken van mijn internet-saldo dat de STTP'ers weer een topprestatie hadden
weggezet en dat de Faustino I weliswaar
dichterbij is gekomen, maar nog niet onkurkt kan worden. |
|
|
|
|