
|
|
|
De Droom
(Voor het eerst verschenen in Les Nouvelles des Alpes, 1989
nummer 6) |
Goede lezer, weest welwillend en neemt kennis van wat de Vlo u wil vertellen.
Vijftien jaar geleden was de Vlo nog een kleine vlo. Zijn lijfje was klein en veel dunner
nog dan tegenwoordig. Toch geloofde hij dat hij het in zich had om ooit hard te kunnen
fietsen. Hij had ook een fietsje, waar hij mee naar school ging. Het was een dom en
vormeloos wrakje, dat hij had gekregen van zijn vader, toen hij naar de brugklas moest.
Het hopeloze ding mankeerde al direkt van alles, en rammelen deed het altijd. Het was
gekocht bij een vieze ouwe Beunhazentent aan de Middelweg, die al bestond toen de oude Vlo
naar de Mulo ging, daar aan de overkant.
Het was duidelijk: er moest een nieuwe fiets komen. Maar dan wel van eigen geld. De
eerstvolgende zomervakantie werd goeddeels aan het verkrijgen van middelen gewijd. 's
Ochtends om zes uur op dat oude lijk naar boer Verdegaal in Hillegom, bollen pellen. Over
beunhazen gesproken, die lelijke zakkenvuller betaalde twee gulden vijftig voor een mand
die groter was dan de Vlo. Terwijl de meeste bollen, na hard pulken al verrot bleken te
zijn. De geringe inkomsten die hiermee werden bereikt, en het vurig verlangen te kunnen
flitsen op een nieuwe fiets, glanzend en met tien versnellingen, dreven de Vlo
rechtstreeks in de gretige armen van een andere smeerlap.
Op de turfmarkt was een zaak waar voor iets beneden de driehonderd gulden een stalen ros
te koop was, van het merk Favorit. "10 Speed" heette het juweel, dat in twee
kleuren verkrijgbaar was. Omdat de broer van de Vlo enige tijd tevoren een blauw exemplaar
had bemachtigd, was de keus gemakkelijk. Voor dat geld een vuurrood pronkstuk met een echt
racestuur, tien versnellingen, en zonder ontsierende bagagedrager of verlichting, de Vlo
was erg gelukkig.
Tien jaar geleden was de Vlo al een stukje groter. Zijn fiets was niet rood meer maar
roze, en in het binnenste van de Vlo groeide een nieuwe droom: met zijn fiets weg uit die
stomme vlakke kleitroep, de bergen in. (de gedachte aan polder, rechte wegen met
populieren erlangs en altijd die tegenwind maakt de Vlo nog altijd niet vrolijk) De Vlo
wilde klimmen, echt moeten schakelen, en staan op de pedalen, dansend als Lucien Met De
Bolletjes. Voor de eerstvolgende zomervakantie stond de invulling vast. Eerst geld
verdienen, wat inmiddels dankzij connecties van een schoolvriend een stuk sneller ging, en
dan...... De Ardennen. Het mooiste dat er ooit voor het voorwiel was gekomen. De volkomen
euforie waarin de Vlo kwam te verkeren was onvergetelijk, maar veroorzaakte tegelijkertijd
een gevaarlijk gebrek aan aandacht voor gevaren. Bij de eerste steile afdaling kwam de Vlo
ten val, en werd hij voor verdere avonturen wekenlang ongeschikt. Hechtingen en kilometers
verband, en direkt naar huis.
Gesterkt door een nieuw en ijzersterk principe (als eerste boven, als laatste beneden) is
hij later nog talloze malen op de helse Belse colletjes gaan koersen. Altijd is de Vlo er
gelukkig geweest. Vijf jaar geleden kwam de Vlo, weer eens op vakantie, in het zuiden van
Frankrijk terecht. Met enkele van zijn vrienden stroopte hij de kust af, tijdelijk minder
vervuld van het koersen. Toen echter ontdekt werd dat de Tour binnen enkele dagen zou
arriveren aan de voet van de Alpe d'Huez werd er besloten het tentje daarheen te
verplaatsen. Het kwam te staan tussen virages drie en twee, (precies waar de Vlo vijf jaar
later op zijn broek zou krijgen van weer een andere vriend), vlak aan de weg. De volgende
dag kwamen alle grote helden op decimeters afstand van de Vlo voorbij. De ongekende
aanblik van die zwoegende renners op dat nog nooit door hem betreden terrein maakte de
onrust, die al een tijdlang in hem had gesluimerd, definitief wakker. De grote cols, die
zo hoog zijn dat er midden in de zomer nog sneeuw op ligt, met zijn eigen
fietsje........Met afstand de mooiste droom tot nu toe. Maar voor dat jaar in elk geval
niet te verwezenlijken. Er waren geen fietsen mee, de anderen hadden wel zo'n beetje
genoeg van de wielerkoorts, het kon niet.
Het jaar daarop kon er nog veel minder; de Vlo was kleine zelfstandige geworden en had een
inkomen van ongeveer halverwege bijstandsniveau. ("hoe staan de zaken Vlo?"
"Gaat wel, het begint te komen") Vervolgens kwam er nog een jaar, en nog een,
maar de machtige alpenreuzen werden slechts in de verbeelding van de Vlo beklommen. Zijn
droom werd er intussen alleen maar mooier van.
Dan dit jaar.........Een nieuw personage doet zijn intrede in het leven van de Vlo. Al een
paar jaar in de buurt, maar nu pas herkend als een van die talloze medeslachtoffers van de
ploeterkoorts. Ook eentje die het fijn vindt om te trappen tegen een berg die eigenlijk
veel te hoog is, veel te steil en veel te ver van huis om er echt meester van te worden.
Mooie verhalen heeft hij over belevenissen op grote hoogte. Dan ineens maakt hij de Vlo
deelgenoot van plannen die er zijn om met een stel andere fietsgekken (er lopen er nogal
wat rond hier) deze zomer naar de Alpen te gaan.... "HAP" zegt de Vlo en voelt
zijn binnenwerkje eventjes licht worden.
U als lezer van deze nieuwsbrief weet allang dat er in die tijd meerderen rond de
veroorzaker van dit alles samenschoolden, en weer afvielen, en dat er onvermijdelijk weer
nieuwe voor in de plaats kwamen en dat het uiteindelijk 30 juni werd. En dat hier
uiteraard niemand minder dan Lévitan wordt bedoeld, als aanstichter van alles dat er
volgde. Wat u nog niet weet, is wat hij met zijn organisatiewoede allemaal heeft
veroorzaakt in de Vlo. Er is maar een manier om dit te vertellen. De Vlo zal een
beschrijving geven van wat hij meemaakte toen hij voor het eerst van zijn leven een echte
grote col beklom. Met een zekere angst voor wat er ging komen, maar ook met een gretigheid
die na al die jaren niet meer te stuiten was, is de Vlo, in het spoor van de koersdirekteur zelf, begonnen aan het vervullen van zijn langgekoesterde wens, de
beklimming van een echte grote col.
Maandag 3 juli, bij de dorpsfontein van Bédoin. (Hier begint de klim,
die naar Mont Ventoux). Na wat getreuzel gaan we de weg op, waar het bord zegt dat er nog
21 km te gaan zijn. hier zijn al die grote namen gemaakt en weer gesneuveld. Volgens Lévi
zouden ook wij de top wel halen. "Het valt allemaal best mee, je moet er niet al te
veel schrik van hebben Vlo", zei hij nog en meteen ramde hij met 52x19 het eerste
vals plat op alsof hij me wilde voordoen dat je voor zo'n grote berg niet al teveel
respect moet tonen.
Het gevolg was natuurlijk dat de Vlo moest lossen en zich direkt al afvragen of hij
misschien niet een vergissing had gemaakt bij het inschatten van zijn mogelijkheden. Zijn
ontzag voor dat lelijke ding, dat zo groot was als twaalf Ardennen (tot dan toe de enige
bekende grootheid) nam direkt verlammende vormen aan en kon slechts worden bestreden met
de vaststelling dat de anderen al snel achterop waren, zelfs uit het zicht. Over uit het
zicht gesproken, die Lévitan ging als een wilde omhoog, hoelang zou hij nog te zien
blijven? Bij het vertrek uit Nederland had hij nog gezegd beducht te zijn voor "die
dekselse Vlo". Daar is lekker veel van te merken, als hij het geslagen gaatje opmerkt
lijkt het alsof het hem niets verbaast, en bang om te hard van stapel te lopen is ie ook
al niet, nog steeds zit die grote plaat erop.
Dan die bocht naar links, getver, het moet nu pas beginnen. Gelukkig is nog net te zien
dat ook de losgeslagen Lévi naar de 28 moet. Dat klopt dus nog wel. Nu gaat hij staan.
|
 |
 |
Van
achter gezien is het net een gekreupelde kikker. Een brede rug, minuscule heupjes, dan die
ballondijtjes en kuitwerk. Alleen niet als een echte kikker met twee poten tegelijk, maar
poot voor poot een slome afzet. (Dat moet de Vlo hem toch eens vertellen). Even uitrekenen
wat het verschil gaat worden als dit zo doorgaat. Met een zeer waarschijnlijke inzinking
meegerekend zo'n 20, 25 minuten. Niet aan denken, voorlopig maar gewoon achter de kikker
aan blijven jagen, die soms nog in de verte zichtbaar is.
Hee wat is dat? De Vlo moet drie keer kijken. Steeds als een wat langer recht stuk weer
zicht op Lévitan geeft lijkt hij dichterbij gekomen! Nog eens goed kijken,
misschien is het alleen de uitputting die de Vlo dingen doet zien die er niet
zijn. Het klopt toch. |
|
Later is duidelijk te zien dat hij zwalkt. Ha,
hij zwalkt, het gaat hem ook pijn doen, dat zal hem leren.
Nu rustig blijven. Niet te snel er naartoe willen, dan is de Vlo straks uitgeblust als ie
bij hem is. Langzaam erachter kruipen, en kijken hoe hij zit te harken. Hem in onzekerheid
laten over de toestand van die vlo in zijn wiel. Dan toch maar aan kop en een stukje
samen. Waarom is van Rest er niet? Zo ziet ie niet eens hoe de Vlo is teruggekomen, en
straks misschien...
Mis. In de buurt van het Chalet weer zo'n passage van dik boven de tien procent, en alsof
hij in het bijzijn van de Vlo alleen maar wat heeft zitten sparen gaat hij er weer
vandoor. Shit, dat moest er nog bijkomen. Dan wordt het koud. Er zijn er die niet willen
geloven dat je het bij 27 graden en in volle inspanning koud kan krijgen, maar de Vlo
heeft het kippevel op zijn armpjes staan.
Onder het fietsen dat shirt aantrekken, niet makkelijk. Natuurlijk, eerst binnenstebuiten,
(kan niet voor de foto's), dan achterstevoren. Intussen is die witte uit het zicht.
"Nu begin je ietsje te verliezen, Vlo!", roept Aloys ineens. Ja leuk, heb jij
wel eens in zo'n toestand een klam shirt aangetrokken? Eindelijk, dat ding zit om het
lijf. Nu kan de Vlo weer goed trappen en dan rijdt ie dat gaatje zo weer dicht. Dit dacht
de Vlo oprecht. Maar het ietsje bleek al veel te veel te zijn, want op het eerste stuk
vanaf het Chalet was er nergens meer een Lévi te zien.
Dan maar die hele 6,5 km tot de top gebruiken om hem geleidelijk terug te pakken, dacht de
Vlo toen, dan vechten we het aan het eind wel uit. En nog steeds vol goede moed en met
nieuw water (bedankt Aloys) gaat hij verder. Dan komen er passages waarbij een groot stuk
van de nog af te leggen weg in een keer te zien is. Wat een ontnuchtering. Een lange
slinger, links langs de stenen, ter waarde van minstens twee minuten, en nergens is ie
meer te zien. Dan die vreselijke bocht naar rechts. Voor de Vlo uit ligt een lang recht
eind, wat al na twee trappen stukken steiler blijkt dan de laatstgereden kilometers. Dan
schrikt hij van een gladde rechtopstaande steen, rechts boven de weg. Geen wonder dat je
hier ging, dacht de Vlo, die bijna stilstond, en zich realiseerde dat dit de plek was.
Geen pet op het hoofd om, uit respect, even af te nemen, dan maar met dezelfde bedoeling
even de benen stilhouden en schuin omhoog kijken. (achteraf een voordehandliggend
alternatief, toen beschouwd als ongekende vindingrijkheid voor een zo moe hoofd).
Dan begint de Vlo zich langzaam te realiseren dat hij erg moe is geworden, en definitief
is geklopt door Lévitan, maar ook dat hij dit griezelige ding straks als bedwongen mag
beschouwen, en dat in een redelijke tijd ook nog. Wel tegen die kop van Lévi aankijken,
straks, tussen die palen. Precies zoals hij had voorspeld. Maar goed, daarna lekker naar
beneden kijken en bijkomen van de klim. Zou het veel langer duren om te herstellen dan in
de Ardennen? Maakt niet uit, tijd zat, dat kan niet anders. De anderen zijn misschien nog
niet eens het bos uit.
Ja hoor, daar staat ie al. Het bord "Mont Ventoux" is weggehaald, maar de
paaltjes staan er nog, met daartusen Dave. De stopwatch in zijn hand, zijn ogen om de
beurt op de Vlo en op het uur werkje gericht. Goh wat ziet hij er fris uit, hoe lang zou
hij daar al staan?
4 minuten 42. Ai, bijna vijf minuten gekregen op het laatste stuk. Intussen
heeft het glimlachende mannetje de Vlo van zijn fiets geholpen. Even in die stenen. Mmmmmmmm, wat ligt dat heerlijk. Tien jaar lang tegen die rotberg opgekeken en nu dan
eindelijk op eigen kracht er bovenop. Dan blijkt ineens wat Lévitan met zijn geregel
heeft gedaan. Hij heeft de Vlo niet alleen aan die 4'42" geholpen, maar ook aan de
overwinning op een echte hors catégorie. Een jarenlang gekoesterde droom is eindelijk
uitgekomen! Dat blijkt teveel ineens voor een vlo. Bezorgd komt Lévi naast hem zitten,
zich niet realiserend hoe blij hij de Vlo heeft gemaakt.Vlo. |
|
|
|
|