
|
|
|
Uit het hol van de Vlo
(Voor het eerst verschenen in Les Nouvelles des Alpes, 1989 nummer 6) |
Na de prachtige beklimming en afdaling van de Col de la Bonette, op de
vlakke terugweg van Jausiers naar Barcelonette, jagen Le Japonais, de Vlo en ik elkaar op
over de weg. Als ik de kop overneem steek ik mijn rechterduim in mijn koersbroek en laat
de Vlo even een stukje blote bil zien. Het antwoord komt onmiddelijk. De Vlo demarreert en
rijdt een kilometer lang geheel in blote reet voor ons uit. Wij kunnen, bevangen door de
slappe lach, niet in zijn nu wel zeer letterlijke hol komen. Later vertelt hij het verhaal
van de 6 blote konten, waaronder die van de Vlo, in slagorde op de fiets, langs de
kerkgangers op zondagochtend in Nunspeet.
We komen terug op de camping. Na een kopje bouillon, wat brood, yoghurt en fruit worden er
plannen gesmeed voor een tweede col. De Allos moet eraan geloven. De Kwaks gaat met me mee
en zit zich al op te laden. Gerrit is er ook voor in. Il Pantaloni gaat mee met het busje,
zodat we niet hoeven afdalen. Daarmee verdwijnt dan wel de schaduw waar Le Japonais in had
willen liggen. Le Japonais blijft thuis. De Vlo heeft maagklachten maar op het laatste
moment blijkt hij fit. "Die bouillon van Lévitan heeft de Vlo er weer helemaal
overheen geholpen".
We gaan op weg. De computers krijgen hun "reset". Even kijken wat de Vlo steekt.
45 x 24. Laat ik dan de 42 x 22 maar zetten. Rustig pratend gaan we dit eerste stuk vals
plat op. De Vlo fietst makkelijker dan ik. Geen gehijg, geen zweet. Hopelijk zijn we snel
bij het steilere stuk, met bochten, mijn terrein. De Vlo loopt langzaam van me weg. Daar
staat Il Pantaloni met het fototoestel. Ik trek me naast de Vlo. Ik lach naar de camera.
De Vlo kijkt strak voor zich uit. Hij zit al helemaal in de wedstrijd. Ik laat me weer
zakken. Ik geef hem een paar meter. Maak ik straks wel weer goed, als de benen wat sterker
geworden zijn. Als ik wat meer macht heb. Dan kom ik terug in het hol van de Vlo. En dan
klets ik meteen uit het hol. Erop en erover!
Vlo loopt verder weg. Ik moet lossen!
Waar is Panta met de bus? Ik denk dat ik ga omkeren. Of ik pak zomaar een auto vast aan
het portier, door het opengedraaide raam. Ik zie de Vlo alleen nog op de langere rechte
stukken. Ik klok het verschil. 34 seconden. Het loopt op. Ik kan niks doen. Een vlak stuk.
Ik schakel op. De 52 x 22 krijg ik makkelijk rond. 27 kilometer per uur bergop! Later hoor
ik van de Vlo dat hij deze passage 52 x 20 stak. 29 per uur...
Ik hoor de bus met Panta achter me naderen. Zal ik een lekke band simuleren? Gewoon het
ventiel opendraaien en onder de ogen van Panta doodleuk m'n reservebinnenbandje inleggen?
Nee, ik moet sportief zijn. Zal ik Panta vragen me heimelijk in de bus voorbij de Vlo te
brengen? "Geintje!" Nee, ik mag het succes van de Vlo niet bevlekken.
Waarom moest ik zonodig nog een tweede col op? De Bonette was toch al heel mooi? En waarom
moest die Vlo mee? Ik zou toch met de Kwaks en Gerrit gaan? De Vlo had toch last van zijn
maag? Vuile simulant. Voortaan geen bouillon meer. Ik had wijzer moeten zijn. Die blote
kont was een voorteken. Nu heeft hij het alleen op kop-gevoel.
Panta heeft het verschil geklokt. Bijna twee minuten. Een lang eind rechte weg. Vrij
steil. Ik zit op de 42 x 25. Het lijkt alsof het verschil kleiner wordt. Maar ik kan niet
terugkomen. Het is nog maar 2,5 kilometer naar de top. Wat is dit voor een rottig kort
klimmetje!
In de verte zie ik de top. Nog 500 meter. Ik zie hoe de weg verder loopt. Het lijkt meer
dan 500 meter. Misschien kan ik toch nog...
Dan ineens een bocht naar rechts. Daar is de top al. De weg die ik dacht te zien was een
geitenpad. De Vlo staat al op de col. Hij vangt me op. Hij heeft de daalbroek van de Kwaks
aan. Hij helpt me van de fiets.
We
vergelijken onze tijden. 1 minuut 52 aan m'n broek. Ik feliciteer de Vlo. Hij drukt me
tegen zich aan. "Daar heeft de Vlo de oude Lévi liggen". Ik eet een
klimappeltje van Le Japonais. Te laat.
We lopen over de col. De avondzon schijnt prachtig door de bergkammen. De Vlo gaat achter
het bord "Col d'Allos" staan. Handen breeduit op het bord. Zo zag hij mij
maandag op de Mont Ventoux, net als op de dia die ik de Vlo op zijn verjaardag liet zien,
de dag voor het vertrek. Op die dia stond het naambordje "Mont Ventoux" er nog,
afgelopen maandag was het weg. Ik gooi mijn klokhuis naar de Vlo. Hij maakt een koppende
beweging en neemt het restje appel vol op zijn voorhoofd. Ik heb 'n nieuwe vriend.
Lévitan. |
|
|
|
|