Homepage

verhalen
Naar de homepage 
Stuur een reactie 
verhalen
Vechten om laatste te worden Winterkoers 1996
IJsselmeerronde 1994 Marmotta Marmotta Logistieke man
Tilff-Bastogne-Tilff 1992 Maastricht 1990 De Droom
Het geheim van de Izoard Mont Ventoux: een loeder
Het hol van de Vlo De Vlo wipt over de Ardenner côtes
Printversie van dit artikel 
Stuur dit artikel door per e-mail 

Trainingsweekend Maastricht 1990

(Voor het eerst verschenen in Les Nouvelles des Ardennes, 1990, nummer 1)
Renners gaan zich te buiten aan Limburgse heuvels en gastvrijheid
Al meer dan een jaar geleden had Jan (Le Japonais) van Berkel een oogje gericht op het Limburgse land. Dáár zou hij zich graag voorbereiden op het klimwerk in het hooggebergte en op Luik-Bastenaken-Luik. Agnes' baan in Cadier en Keer, en vooral haar flatje in Maastricht heeft voor Le Japonais en de zijnen mogelijkheden geopend waar men tot dusverre alleen van kon dromen.

U leest het openhartige verslag van het bezoek dat Le Japonais, met in zijn kielzog 5 andere renners uit de Novib-stal, aan het schone Limburg bracht in het paasweekend van 1990.

Lang aarzelden de mannen niet toen ze de uitnodiging van Le Japonais ontvingen. Het handgeschreven formulier zag er weliswaar niet zo professioneel uit als die "heldere bulletijns" van Lévitan, er werd spaghetti bij het ontbijt beloofd en dat doet ook een heleboel. De formulieren van Le Japonais boden steeds de mogelijkheid tot responderen. Dat ben je als hoofd van een afdeling die drijft op direct mail ook aan je stand verplicht.

De vaste respondenten op de mailings van Le Japonais, en daarmee de deelnemers aan deze tocht waren: Jan (De Vlo) Schutte, Gerno (De Kwaks) Kwaks, Francesco (Il Campionissimo) Mascini, Dave (Lévitan) van Essen en Jozé (Pepe) van den Hurk.

Trouwe lezers van "Les nouvelles des Alpes" herkennen één nieuwe ster in het gezelschap: Pepe. Nadere introductie verderop in dit verhaal.

Donderdagavond 12 april per trein naar Maastricht. Samenkomst op station Utrecht, waar De Kwaks trots z'n nieuwe materiaal voor het eerst toont. Een ossekopstuur! Zeer imponerend. Ruim elf uur 's avonds aankomst bij de flat van Agnes. Zij is in het gezelschap van haar buurman John, die zich zou ontpoppen als eminent gastheer.

De flat, die Agnes tijdelijk in gebruik heeft, houdt qua inrichting het midden tussen een oud Hollandse boerderij, een volkenkundig museum en een kerststal. Later beschrijft Agnes haar eerste nachtje als logé in deze flat: gelegen op een koeienvacht, omringd door exotische gebruiksvoorwerpen en aangestaard door een lijdende Christus. Opmerkelijk zijn de ossehorens aan de wand. Zij vertonen een sterke gelijkenis met het stuur van De Kwaks.

Twee andere buurtjes, Bert en Ineke, nodigen de troep uit voor bier en zoutjes. Agnes had niet aan bier gedacht, maar zou deze kleine omissie later ruimschoots goedmaken.

De renners raken in een roes van zoveel burenliefde en overmoedig van zoveel bier. De schattingen over het kilometrage van de volgende dag lopen onverantwoord op. Reeds wordt gesproken over de warme maaltijd van de volgende avond. Hiertoe zal de binnenstad van Maastricht worden aangedaan. Er ontspint zich een discussie over het al dan niet eten in Italiaanse restaurants. Men zou daarmee de mafia maar steunen. De Vlo doet, zeer tot genoegen van Il Campionissimo Mascini, het gezelschap de onzin van zo'n discussie inzien met de uitspraak: "Elke Italiaan met een tafel vrij is een goeie Italiaan".

Na twaalven en hoogste tijd voor de mannen de bedjes op te zoeken. De gastvrijheid van John blijkt vrijwel grenzeloos. Niet alleen laat hij drie fietsen toe in zijn keuken (die daarmee geheel gevuld is), ook De Vlo mag in zijn flat de nacht door brengen. Hij krijgt gezelschap van Pepe. De anderen weten dat een slapende Vlo heel andere geluiden maakt dan een wakkere. Zij kiezen de flat van Agnes. De Kwaks mag onder de ossehorens slapen. Le Japonais mag in het ledikant bij Agnes.
De volgende ochtend lost Le Japonais de spaghetti-belofte in. Lévitan mag de mannen bij John gaan halen als het klaar is. De modern ingerichte flat van John doet je onmiddellijk beseffen: hier woont een echte levensgenieter. De flat hangt vol met reusachtige schilderwerken, in verschillende stijlen, maar allemaal zeer fraai. De kast is vol klassieke muziek, kunstboeken en, naar 's avonds zou blijken, kwaliteitswijn. Lévitan meent de reproductie te herkennen, die ook bij Bert en Ineke te bewonderen was. Totdat John hem erop wijst dat het een schilderij van zijn hand is en het twee verschillende werken uit dezelfde periode in zijn kunstschildersloopbaan betreft. Ook alle andere werken zijn van zijn hand! Een bord warme spaghetti is voor de mannen, die al uitgebreid aan John's koffie zitten, voldoende reden zich te melden voor het ontbijt in de flat van Agnes. Lévitan zelf maakt de fout de spaghetti con costata (carbonade) te versmaden.

Eindelijk om een uur of tien staan de mannen met blinkende fietsjes buiten. Het is droog, er is 'n zonnetje. Er waait een fris windje. Ieder heeft zo z'n eigen manier om de mondvoorraad mee te nemen. De enige die het geheel zonder tasje doet is Pepe. Hij puilt aan alle kanten uit van de etenswaren die hij "bij heeft". Ze zijn verborgen onder al zijn kleren, tot en met de sokken. Dit gecombineerd een wollen koerstrui, waarop een uit de jaren zestig daterend logo nauwelijks meer zichtbaar is, maakt duidelijk dat Pepe een coureur is van het degelijke soort. Bij aanvang van de koers ziet Pepe eruit alsof hij lijdt aan een afschuwelijke huidziekte. Naarmate de koers vordert tekenen zich de countouren af van een afgetraind lichaam. De machtige dijen echter, zijn vanaf het begin zichtbaar. Zij malen de pedalen in een onheilspellend tempo rond. Pepe is een man die onder alle omstandigheden een koersbroek draagt en niets wil weten van maillots of trainingsbroeken.

De koers voert door het prachtige Limburgse land en over de soms venijnige heuvels, bekend van Gold Race en NK: Gulpenerberg, Keutenberg, Cauberg, Vaalserberg. In de voerstreek, het laatste gedeelte van de ruim 120 km lange tocht, zijn de beklimmingen wat langer. De Vlo op zijn nieuwe Gazelle heerst in de beklimmingen. Met Lévitan speelt hij als kat met muis. De geplaagde Lévitan krijgt op de Vaalserberg maarliefst 3 minuten aan z'n broek en moet hier ook een minuut toegeven op De Kwaks, die het sindsdien over niets anders meer heeft. Lévitan verklaart zijn inzinking uit gebrek aan eten. Enkele boterhammen en een krentenbol brengen hem inderdaad terug op het eerdere niveau, dat wil zeggen ruim achter de Vlo, maar de overwinning van de Kwaks verliest daarmee nog niet aan glans.

De Vlo herinnert Lévitan eraan dat hij meer en regelmatiger moet eten. Hij doet dat in zijn eigen terminologie: "Lévitan moet zijn kanaal continu blijven voldouwen".

Op de vlakke stukken en met tegenwind sleurt Pepe op kop. Pepe is een echte stoemper, maar kan ook aardig tegen een berg oprijden Zodoende wordt de eerste dag geheel beheerst door de Gazelleploeg. De tweede dag zou dat niet veel anders zijn.

Op de terugweg wordt het Afrika Instituut te Cadier en Keer aangedaan. Coördinatrice Agnes is echter al naar het Maastrichtse Vrijthof vertrokken. Zij is, met John, op tijd voor de afspraak bij de Vogelstruijs. De renners komen een uur te laat.
Francesco zit op dat moment in diepe slaap in de trein naar Utrecht. Hij heeft de volgende dag honkbal-verplichtingen. Na de inspanningen van de vorige dag krijgt hij (als werper) alle ballen om zijn oren.

Het gezelschap slaagt erin een Italiaan te vinden met een tafel vrij en laat zich het eten (en de wijn!) uitstekend smaken. Laat die avond zorgt John dat allen veilig thuiskomen en tracteert hij bij wijze van slaapmutsje op voortreffelijke wijn.

De volgende ochtend een rustige start. Wederom een warm spaghetti-ontbijt. Bij het vertrek een hartelijk afscheid van Agnes en van John. De koers wordt onder vergelijkbare omstandigheden verreden maar is een heel stuk korter, er resteert zo'n 75 km. Als de renners thuiskomen is Agnes al op weg naar de Randstad. Maar zij heeft als toegift een heuse Indiase maaltijd klaargezet! Haar oproep op het Tanzaniaanse schoollijtje: "Please finish all the food" is niet aan dovemansoren gericht.

De renners aanvaarden de thuisreis, de benen gesterkt door 200 kilometers koers, de harten verwarmd door zoveel zuidelijke zorgzaamheid. De Vlo reist in één keer door naar de plek waar de meeste "famiglia" bij elkaar is, Kampen ditmaal. Hier wacht hem een onthaal, een triomfator waardig. De tijd zal moeten leren of dit feit, in de door Il Pantaloni dichterlijk bezongen strijd Lévi-Vlo, een ommekeer danwel een incident betreft. Met Pinksteren zullen de renners 215 km in één dag moeten overbruggen. Maar, wat erger is, ze zullen het zonder de warme Maastsrichtse support moeten stellen...
Naar het begin van het artikel Uw privacy en die van ons