
|
|
|
Trainingsweekend Maastricht 1990
(Voor het eerst verschenen in Les Nouvelles des Ardennes, 1990, nummer 1) |
Renners gaan zich te buiten aan Limburgse heuvels en gastvrijheid
Al meer dan een jaar geleden had Jan (Le Japonais) van Berkel een oogje gericht op het
Limburgse land. Dáár zou hij zich graag voorbereiden op het klimwerk in het hooggebergte
en op Luik-Bastenaken-Luik. Agnes' baan in Cadier en Keer, en vooral haar flatje in
Maastricht heeft voor Le Japonais en de zijnen mogelijkheden geopend waar men tot dusverre
alleen van kon dromen.
U leest het openhartige verslag van het bezoek dat Le Japonais, met in zijn kielzog 5
andere renners uit de Novib-stal, aan het schone Limburg bracht in het paasweekend van
1990.
Lang aarzelden de mannen niet toen ze de uitnodiging van Le Japonais ontvingen. Het
handgeschreven formulier zag er weliswaar niet zo professioneel uit als die "heldere
bulletijns" van Lévitan, er werd spaghetti bij het ontbijt beloofd en dat doet ook
een heleboel. De formulieren van Le Japonais boden steeds de mogelijkheid tot responderen.
Dat ben je als hoofd van een afdeling die drijft op direct mail ook aan je stand
verplicht.
De vaste respondenten op de mailings van Le Japonais, en daarmee de deelnemers aan deze
tocht waren: Jan (De Vlo) Schutte, Gerno (De Kwaks) Kwaks, Francesco (Il Campionissimo)
Mascini, Dave (Lévitan) van Essen en Jozé (Pepe) van den Hurk.
Trouwe lezers van "Les nouvelles des Alpes" herkennen één nieuwe ster in het
gezelschap: Pepe. Nadere introductie verderop in dit verhaal.
Donderdagavond 12 april per trein naar Maastricht. Samenkomst op station Utrecht, waar De
Kwaks trots z'n nieuwe materiaal voor het eerst toont. Een ossekopstuur! Zeer imponerend.
Ruim elf uur 's avonds aankomst bij de flat van Agnes. Zij is in het gezelschap van haar
buurman John, die zich zou ontpoppen als eminent gastheer.
De flat, die Agnes tijdelijk in gebruik heeft, houdt qua inrichting het midden tussen een
oud Hollandse boerderij, een volkenkundig museum en een kerststal. Later beschrijft Agnes
haar eerste nachtje als logé in deze flat: gelegen op een koeienvacht, omringd door
exotische gebruiksvoorwerpen en aangestaard door een lijdende Christus. Opmerkelijk zijn
de ossehorens aan de wand. Zij vertonen een sterke gelijkenis met het stuur van De Kwaks.
Twee andere buurtjes, Bert en Ineke, nodigen de troep uit voor bier en zoutjes. Agnes had
niet aan bier gedacht, maar zou deze kleine omissie later ruimschoots goedmaken.
De renners raken in een roes van zoveel burenliefde en overmoedig van zoveel bier. De
schattingen over het kilometrage van de volgende dag lopen onverantwoord op. Reeds wordt
gesproken over de warme maaltijd van de volgende avond. Hiertoe zal de binnenstad van
Maastricht worden aangedaan. Er ontspint zich een discussie over het al dan niet eten in
Italiaanse restaurants. Men zou daarmee de mafia maar steunen. De Vlo doet, zeer tot
genoegen van Il Campionissimo Mascini, het gezelschap de onzin van zo'n discussie inzien
met de uitspraak: "Elke Italiaan met een tafel vrij is een goeie Italiaan".
Na twaalven en hoogste tijd voor de mannen de bedjes op te zoeken. De gastvrijheid van
John blijkt vrijwel grenzeloos. Niet alleen laat hij drie fietsen toe in zijn keuken (die
daarmee geheel gevuld is), ook De Vlo mag in zijn flat de nacht door brengen. Hij krijgt
gezelschap van Pepe. De anderen weten dat een slapende Vlo heel andere geluiden maakt dan
een wakkere. Zij kiezen de flat van Agnes. De Kwaks mag onder de ossehorens slapen. Le
Japonais mag in het ledikant bij Agnes.
De volgende ochtend lost Le Japonais de spaghetti-belofte in. Lévitan mag de mannen bij
John gaan halen als het klaar is. De modern ingerichte flat van John doet je onmiddellijk
beseffen: hier woont een echte levensgenieter. De flat hangt vol met reusachtige
schilderwerken, in verschillende stijlen, maar allemaal zeer fraai. De kast is vol
klassieke muziek, kunstboeken en, naar 's avonds zou blijken, kwaliteitswijn. Lévitan
meent de reproductie te herkennen, die ook bij Bert en Ineke te bewonderen was.
Totdat John hem erop wijst dat het een schilderij van zijn hand is en het twee
verschillende werken uit dezelfde periode in zijn kunstschildersloopbaan betreft. Ook alle
andere werken zijn van zijn hand! Een bord warme spaghetti is voor de mannen, die al
uitgebreid aan John's koffie zitten, voldoende reden zich te melden voor het ontbijt in de
flat van Agnes. Lévitan zelf maakt de fout de spaghetti con costata (carbonade) te
versmaden.
Eindelijk om een uur of tien staan de mannen met blinkende fietsjes buiten. Het is droog,
er is 'n zonnetje. Er waait een fris windje. Ieder heeft zo z'n eigen manier om de
mondvoorraad mee te nemen. De enige die het geheel zonder tasje doet is Pepe. Hij puilt
aan alle kanten uit van de etenswaren die hij "bij heeft". Ze zijn verborgen
onder al zijn kleren, tot en met de sokken. Dit gecombineerd een wollen koerstrui, waarop
een uit de jaren zestig daterend logo nauwelijks meer zichtbaar is, maakt duidelijk dat
Pepe een coureur is van het degelijke soort. Bij aanvang van de koers ziet Pepe eruit
alsof hij lijdt aan een afschuwelijke huidziekte. Naarmate de koers vordert tekenen zich
de countouren af van een afgetraind lichaam. De machtige dijen echter, zijn vanaf het
begin zichtbaar. Zij malen de pedalen in een onheilspellend tempo rond. Pepe is een man
die onder alle omstandigheden een koersbroek draagt en niets wil weten van maillots of
trainingsbroeken.
De koers voert door het prachtige Limburgse land en over de soms venijnige heuvels, bekend
van Gold Race en NK: Gulpenerberg, Keutenberg, Cauberg, Vaalserberg. In de voerstreek, het
laatste gedeelte van de ruim 120 km lange tocht, zijn de beklimmingen wat langer. De Vlo
op zijn nieuwe Gazelle heerst in de beklimmingen. Met Lévitan speelt hij als kat met
muis. De geplaagde Lévitan krijgt op de Vaalserberg maarliefst 3 minuten aan z'n broek en
moet hier ook een minuut toegeven op De Kwaks, die het sindsdien over niets anders meer
heeft. Lévitan verklaart zijn inzinking uit gebrek aan eten. Enkele boterhammen en een
krentenbol brengen hem inderdaad terug op het eerdere niveau, dat wil zeggen ruim achter
de Vlo, maar de overwinning van de Kwaks verliest daarmee nog niet aan glans.
De Vlo herinnert Lévitan eraan dat hij meer en regelmatiger moet eten. Hij doet dat in
zijn eigen terminologie: "Lévitan moet zijn kanaal continu blijven voldouwen".
Op de vlakke stukken en met tegenwind sleurt Pepe op kop. Pepe is een echte stoemper, maar
kan ook aardig tegen een berg oprijden Zodoende wordt de eerste dag geheel beheerst door
de Gazelleploeg. De tweede dag zou dat niet veel anders zijn.
Op de terugweg wordt het Afrika Instituut te Cadier en Keer aangedaan. Coördinatrice
Agnes is echter al naar het Maastrichtse Vrijthof vertrokken. Zij is, met John, op tijd
voor de afspraak bij de Vogelstruijs. De renners komen een uur te laat.
Francesco zit op dat moment in diepe slaap in de trein naar Utrecht. Hij heeft de volgende
dag honkbal-verplichtingen. Na de inspanningen van de vorige dag krijgt hij (als werper)
alle ballen om zijn oren.
Het gezelschap slaagt erin een Italiaan te vinden met een tafel vrij en laat zich het eten
(en de wijn!) uitstekend smaken. Laat die avond zorgt John dat allen veilig thuiskomen en
tracteert hij bij wijze van slaapmutsje op voortreffelijke wijn.
De volgende ochtend een rustige start. Wederom een warm spaghetti-ontbijt. Bij het vertrek
een hartelijk afscheid van Agnes en van John. De koers wordt onder vergelijkbare
omstandigheden verreden maar is een heel stuk korter, er resteert zo'n 75 km. Als de
renners thuiskomen is Agnes al op weg naar de Randstad. Maar zij heeft als toegift een
heuse Indiase maaltijd klaargezet! Haar oproep op het Tanzaniaanse schoollijtje:
"Please finish all the food" is niet aan dovemansoren gericht.
De renners aanvaarden de thuisreis, de benen gesterkt door 200 kilometers koers, de harten
verwarmd door zoveel zuidelijke zorgzaamheid. De Vlo reist in één keer door naar de plek
waar de meeste "famiglia" bij elkaar is, Kampen ditmaal. Hier wacht hem een
onthaal, een triomfator waardig. De tijd zal moeten leren of dit feit, in de door Il
Pantaloni dichterlijk bezongen strijd Lévi-Vlo, een ommekeer danwel een incident betreft.
Met Pinksteren zullen de renners 215 km in één dag moeten overbruggen. Maar, wat erger
is, ze zullen het zonder de warme Maastsrichtse support moeten stellen... |
|
|
|
|