
|
|
|
De Marmot en de Alpenfietser |
Alpenmarmot
(Marmotta Marmotta)
Door M. Conscience
|
 |
De
Alpenfietser
(Cyclista Alpinosa Levitanosa)
Door Le Cinquantedeux
|
Tijdens een fietstocht begin september door de zuidelijke Franse Alpen
hoorde ik voor de zoveelste keer in een paar dagen de alarmkreet van een
alpenmarmot.
We waren bezig met de afdaling van de Col de la Cayolle, een col gelegen op
de D902/D2202 tussen Barcelonnette en Guillaumes in het "Parc National du
Mercantour". |
|
Op een druilerige achternamiddag begin
september, op de hellingen van de Mont Ventoux, hoorde ik voor de zoveelste keer die dag
het gehijg en gesteun van een alpenfietser (cyclista alpinosa levitanosa). Met een paar
andere marmotten was ik aan het fourrageren niet ver van onze burcht, vlakbij de D974
tussen Bédoin en het Châlet Reynard, in het forêt domaniale du Ventoux.
|
|
De schelle fluittoon klonk nu wel van heel nabij. Toen ik samen met twee
fietsgenoten afstapte, wees één van hen naar een dier dat onmiskenbaar een
alpenmarmot was. Het dier zat op nauwelijks twee meter afstand in een
karakteristieke houding, dus rechtop, naar ons te kijken. 
|
|
Het gehijg klonk nu wel van heel dichtbij. Toen
ik samen met mijn medemarmotten opkeek, wees een van hen naar een creatuur dat
onmiskenbaar een alpenfietser was. We hadden eerder die middag al zo'n tien andere van
deze beesten voorbij zien komen zwalken, een bont zootje ongeregeld, begeleid door het
licht zoemende geluid van een zwartgehelmde motorola alpinosa levitanosa, die zoals bekend
met de cyclista een symbiotische relatie onderhoudt. De beesten fietsten als dronkelappen
en leken verwikkeld in een obsessieve jacht naar elkaar.
Maar deze alpenfietser was wel een heel bijzonder exemplaar. We gingen er eens goed voor
zitten. Hij kwam op nauwelijks twee meter afstand voorbijstampen, in de karakteristieke
houding van zijn soortgenoten, rechtop zittend, de handen op het stuur, het hoofd vooruit,
hevig transpirerend, het klamme zwarte haar tegen de slapen geplakt en een holle blik
starend naar een ondefinieerbaar punt in de verte. Het was duidelijk een goed doorvoed
exemplaar, hetgeen geaccentueerd werd door de enorme koersbroek, die door het rythmisch
gestoemp van de machtig malende dijbenen inmiddels tot laag over de heupen was afgezakt.
|
Het wijzen met de vinger had helaas tot gevolg dat het dier wegvluchtte.
Waar hij of zij zo snel bleef, was onduidelijk, maar even later waggelde
wijdbeens op 20 meter afstand een marmot voorbij, die naar ons ging zitten
kijken. Eigenlijk was het een enorme vetzak, die zijn buikje al flink rond
had gegeten.
Niet zo gek, want eind september begin oktober gaan deze beesten in
winterslaap, nadat ze in de voorafgaande maanden een flinke vetreserve
hebben opgebouwd. Ze kunnen inclusief staart tot 80 centimeter lang worden
en tot 8 kilo zwaar worden en ze hebben een groot, gedrongen uiterlijk. Het
zijn vegetariërs, die zich tegoed doen aan wortels en jonge scheuten van
grassen en andere planten. In het najaar eten ze ook wel onrijpe vruchten.
|
|
Het wijzen van mijn medemarmotten had helaas
tot gevolg dat het dier afstapte, zijn koersbroek optrok en uit zijn trui een verrekijker
opdiste, waarmee hij ons op zijn beurt, liggend op zijn buik in de berm, in alle rust
begon te bekijken. Een curieuze uitzondering op het jachtige en dwangmatige gedragspatroon
dat zijn voorgangers eerder die middag tentoon hadden gespreid. |
Alpenmarmotten zijn knaagdieren behorende tot de familie van de eekhoorns.
Ze komen alleen voor in bergachtige gebieden tussen de 1400 en 2700 m. Daar
bewonen ze in familiegroepen uitgebreide holenstelsels. Ze graven holen met
een diameter van 15 tot 30 cm, vaak onder totsblokken, omgevallen bomen of
boomwortels. De gangen kunnen wel 10 meter lang zijn. Een familie bestaat
meestal uit een paartje dat een territorium bezit met jongen van diverse
jaargangen, samen 5 tot 12 dieren. Pas in het derde levensjaar zijn de
jongen geslachtsrijp en worden dan uit het territorium verstoten.
De winterslaap houden de beesten gemeenschappelijk. In de winter heeft het
lang bijeenblijven van de families ook een duidelijk doel. Door tijdens de
winterslaap dicht tegen elkaar aan te kruipen, wordt het warmteverlies
beperkt en daardoor de overlevingskans vergroot. De kamers in de
marmottenburcht bekleden de dieren met zelf gehooid gras als
isolatiemateriaal. Dit nestmateriaal dient ook als reservevoedsel, na het
ontwaken uit de winterslaap, als de vegetatie buiten nog schaars is. De
winterslaap kan ook verschillende malen onderbroken worden.
Marmotten ontwaken in april, kort daarna paren ze. Na een draagtijd van 33 à
34 dagen worden meestal drie naakte en blinde jongen geboren. Begin juli
komen de jongen voor het eerst boven de grond, waarna ook zij beginnen met
de aanleg van een onderhuidse vetlaag. |
|
De cyclista alpinosa levitanosa zijn migratoire
wielrijders, behorende tot de familie van de helmachtigen en leven in bergachtige gebieden
tussen de 1400 en 2700 meter. Daar bewonen ze in familiegroepen tentenkampen, die bij
voorkeur 's avonds laat worden opgeslagen in een restaurantrijke omgeving. De tenten
kunnen soms wel 8 exemplaren bevatten. Een familie bestaat louter uit mannetjesdieren, met
aan het hoofd de patriarch (cyclista levitanosa levitanosa), die het territorium, de
marsroute en de bestemming bepaalt, en daarnaast jongen van diverse jaargangen, samen zo'n
8 tot 12 dieren. Het groepsgedrag binnen de familie heeft een hoog sociaal gehalte, maar
vertoont overdag, gedurende de tochten zelf, in toenemende mate competitieve trekjes,
waarbij de dieren ernaar streven zo snel mogelijk en vóór alle anderen op het hoogste
punt van een berg te geraken, en daarbij een speciale obsessie aan de dag leggen voor de
kleur geel.
De cyclista alpinosa levitanosa komen met name voor in de alpiene gebieden van Frankrijk
en Italië, maar ze zijn de afgelopen jaren ook uitgezet in Zwitserland, de Pyreneeën, de
Cevennen en de Ardennen. In het voorjaar worden ze zo nu en dan ook in het laagland
gesignaleerd, met name in Nederland, in de duinen in het westelijk kustgebied of over
rechtlijnige dijkparcoursen rond het IJsselmeer. Hun winterslaap houden ze eveneens in dit
land. Deze kan op verschillende momenten onderbroken worden door fysieke activiteit om de
conditie op peil te houden, waarbij ze zich bijvoorbeeld met ijzers onder hun voeten over
bevroren plassen water voortbewegen dan wel met rood hoofd rondjes hollen rond Madurodam.
Ook hier kunnen de eerder genoemde competitieve trekjes gesignaleerd worden. Ze ontwaken
omstreeks maart/april, wanneer ze door de patriarch bijeen worden geroepen en van hem te
horen krijgen waar ze de komende zomer zullen worden uitgezet.
|
 |
|
De cyclista kunnen inclusief helm tot ruim 1m90
lang worden, en tot zo'n 90 kilo zwaar, hoewel dit per exemplaar sterk kan verschillen.
Ook het gewicht fluctueert sterk, met name tijdens de alpiene tochten, wanneer 's ochtends
voor vertrek een flinke vetreserve wordt opgebouwd, die tijdens de rit op regelmatig wordt
aangevuld. Het voedingspatroon mag zeer divers worden genoemd, en varieert per dier van
hompen brood, stijfgeklopte brinta- en mueslipap, yoghurt, al dan niet opgewarmde
pastabrokken en slierten, builen chips en overige zoutachtigen, stimulantia en krachtvoer
als in water opgelost extranpoeder (goe poeier hè, mannen!) en dextroserollen die door
sommige beesten in één keer naar binnen worden gepropt. Speciaal kenmerk is verder de
hoge consumptie van bananen, die bij voorkeur in het groot bij de plaatselijke middenstand
worden ingekocht en die door de dieren hetzij tot pulp worden vermalen, hetzij op
ingenieuze wijze op de daartoe geeigende plaatsen aan hun fiets worden bevestigd. Eénmaal
per week wordt dit weliswaar gevarieerde maar enigszins banale voedingspatroon onderbroken
door een smakelijk bereide en breed uitgeserveerde chinees-indische maaltijd.
|
Natuurlijke vijanden zijn de steenarend, oehoe, vos, havik en marter.
Alpenmarmotten komen nog voor in de alpiene delen van Frankrijk, Italië,
westelijk Oostenrijk en Duitsland. In Zwitserland zijn ze vrij algemeen. Ze
zijn weer op diverse plaatsen uitgezet, zoals in de Pyreneeën, de Hoge Tatra
en het Zwarte Woud nadat ze daar waren uitgeroeid.
Gerrit (Monsieur Conscience) Jansen.
(verschenen in "De Ratelaar" blad van de haagse verenigingen van
natuurvrienden). |
|
Afgezien de reeds eerder genoemde rivaliteit
binnen de eigen groep en wat onwillige restauranthouders en campingbazen kennen de
cyclista alpinosa levitanosa géén natuurlijke vijanden. Hun populatie is dan ook nog
steeds groeiende en naar verwachting zal deze zich in de komende jaren verder over de
alpiene gebieden in Europa verspreiden.
Ik dank U!
Le Cinquantedeux. |
|
|
|
|
|