Homepage

verhalen
Naar de homepage 
Stuur een reactie 
verhalen
Vechten om laatste te worden Winterkoers 1996
IJsselmeerronde 1994 Marmotta Marmotta Logistieke man
Tilff-Bastogne-Tilff 1992 Maastricht 1990 De Droom
Het geheim van de Izoard Mont Ventoux: een loeder
Het hol van de Vlo De Vlo wipt over de Ardenner côtes
Printversie van dit artikel 
Stuur dit artikel door per e-mail 

Winterkoers 1996

Voor het eerst verteld door de Snok, op 7 juni 1997.
"Hoe kijkt de Snok terug op de winterkoers van 21 december 1996?" vraagt Lévitan zich af in de uitnodiging voor vandaag. Daar wil ik wel een paar woorden over kwijt. In mijn ervaring was het een dag waarop records gevestigd werden. Nog nooit waren de mannen zo ongedisciplineerd. Nog nooit kwamen ze via ten minste drie verschillende routes bij hun vertrekpunt terug, wat op zich een wonder genoemd mag worden. Nog nooit had het peloton zo veel tijd nodig voor het afleggen van een armetierige 54 kilometers. Het meest gedenkwaardige moment van de dag was voor mij nog wel dat ik 's avonds een CD cadeau kreeg, als dank "voor het uitzetten van de route".

Toen ik eergisteren, 's avonds na het eten, precies diezelfde armzalige 54 kilometer reed, niet in de drieënhalf uur die het peloton toen nodig had, maar in een uur en veertig minuten, kwam de dag me weer helder voor ogen. Het was een chaotisch ritje. Bij sommigen onder ons blijft het poldervirus kennelijk ook in de winter door de aderen gieren, iets waar ikzelf geen last van heb.

We waren de bebouwde kom nog niet uit, of de eerste ontsnapping was daar. De feuilles de route, door mij op extra groot formaat uitgevoerd, vermochten niet te voorkomen dat tien minuten later de eerste renners spoorloos waren. Na drie kwartier blauwbekken en het systematisch uitkammen van de omgeving konden we weer verder. Toen we een krap half uur later in de snackbar in Langbroek zaten, wist ik het zeker: Dit is niks voor mij. Mijn benen moeten op temperatuur komen. Ik ben een mooi-weerfietser en ik heb de warme zomerzon nodig.

Na deze geruststellende verklaring ging het meteen een stuk beter. Maar bij de eerste van de twee hellingen die door mij in het parcours waren opgenomen, was het weer mis. Met een snelheid die me aan de Redoute deed denken, kwam ik boven. Aan de andere kant van de heuvelrug werd ik tot mijn geruststelling netjes opgewacht. Maar na de rug voor een tweede maal moeizaam als laatste te hebben genomen, kreeg ik van mijn mederenners geen nieuwe kans de verantwoordelijkheid te dragen voor het volgen van de juiste route. Toen ik beneden kwam, was er geen fietsende ziel meer te bekennen.
Vertrouwend op het kaartleesvermogen van mijn mederenners fietste ik rustig verder. Zelfs met bevroren oogbollen moest het ze lukken thuis te geraken. Na een tijdje merkte ik dat ik steeds harder ging rijden. Ik bereikte zowaar een snelheid van meer dan dertig kilometer per uur. Zie je wel, dacht ik, als ik maar op toeren kom gaat het best.
Ik reed flink door, maar nog kreeg ik niemand in het vizier. En toen ik - nog steeds het officiële parcours volgend - de contouren van Utrecht snel zag naderen, reed ik nog steeds alleen. Ze hebben wel erg veel haast, dacht ik. In mijn eigen warme huis aangekomen nam ik een warme douche en een warme chocomel. Ze zullen zich wel afvragen waar ik blijf, dacht ik, en draaide het nummer van Kees. Sylvia nam op.
'Nee, ze zijn er nog niet. Is alles wel goed?' 'Ze zullen zo wel komen', zei ik ietwat voorzichtig. Even doemden schrikbeelden voor me op van verdwaasde fietsers die wanhopig in hun bevroren bidons knepen, ieder voor zich aan het ronddolen waren en ten slotte in het halfdonker in ijskoude sloten lagen te kreperen, nog zachtjes 'Levitan, Levitan' prevelend. Maar toen ik een half uur later nog eens belde, meldde Sylvia mij: 'Ze zijn net allemaal binnen.' Het was een wonder.

Dergelijke wonderen laten zich niet een tweede maal afdwingen. De volgende heuvelrugkoers vindt dan ook plaats bij een iets hogere temperatuur, over twee weken, op zondag 22 juni. Aanmelding graag voor de 21e juni. Het vertrek is om 11 uur stipt. Bij terugkomst zal er eten en drinken zijn. Ik beloof in ieder geval dat we voor donker en zonder bevroren tenen aankomen. Over de route denk ik nog na. Waarschijnlijk zal ik, om problemen te voorkomen, deze niet in papieren vorm aan de deelnemers uitreiken, dus alvast een vriendelijk verzoek allemaal achter mij aan te rijden. Zie maar dat je me bijhoudt.

Ik dank u.
De Snok.
Naar het begin van het artikel Uw privacy en die van ons