
|
 |
|
|
 |
1991: A qoui bon tout ça?
|
|
|
|
1991: A qoui bon tout ça?
(wat moet je d'r allemaal mee?) |
In "A qoui bon tout ça?" neemt Aart Braun de kijker, net als in zijn vorige productie "Naast de fiets",
mee naar het hooggebergte, ditmaal de franse Pyreneeën.
Op pakkende wijze wordt het reilen en zeilen van zeven hollandse jongens op fietsvakantie
in beeld gebracht. Soms ironisch en mild, soms hard en genadeloos.
De oplettende kijker herkent veel hoofdrolspelers uit "Naast de fiets". Maar er
zijn ook twee nieuwkomers.
Eén van hen luistert naar de naam "Le Cinquantedeux". Hoe het met zijn
fietsprestaties is gesteld wordt niet helemaal duidelijk, maar hij spreekt zijn talen en
musiceert verdienstelijk. Le Cinquantedeux viert tijdens de koers zijn verjaardag. Zijn
bijnaam verwijst overigens niet naar zijn leeftijd, maar naar het aantal tandjes aan zijn
voorblad toen hij op jonge leeftijd zijn eerste col beklom.
De andere nieuweling, La Sorpresa (de verrassing), presteert op hoog niveau, waarbij hij
zich overigens uitput in het gebruik van krachttermen. Aart Braun heeft het nodige gedaan
teneinde dit te maskeren, maar een lichte waarschuwing aan de kijker is wel op zijn
plaats. |
 |
 |
|
Meer dan in zijn andere films bedient Aart Braun zich van bloot. Op schaamteloze wijze
laat hij de wielrenners te pas en te onpas uit hun koerstrui en, wat erger is, koersbroek
stappen. Echt plat wordt het echter pas als het gaat over lekke banden, waar de jonge Vlo
Schutte in grossiert. De Vlo spreekt liever van een "lekke pijp". De Vlo
tracteert ons weer op een aantal markante uitspraken. De buitenband die hij van Le
Japonais leent is bijvoorbeeld een "pneu van de Japo". Let vooral ook op
zijn limerick over "het opperhoofd der
computermalloten".
Het vaderschap heeft de conditie van Le Japonais niet wezenlijk aangetast. Weliswaar
spreekt hij op de eerste col nog van "pudding in de benen", reeds na enkele
dagen voert hij bij aankomst op de top een vrolijk stukje gymnastiek op. En in volle
inspanning heeft hij toch nog lucht om zijn jonge dochter toe te spreken. |
|
 |
 |
Il Innocente is zonder twijfel degene die de anderen het hardst aan zijn borst
weet te drukken. Als de koers gedurende 25 kilometer door Spanje voert is Il Innocente
niet te houden en als eerste boven op de te nemen col. Dit levert hem de titel
"Koning van de Spaanse Pyreneeën" op.
Monsieur Conscience ziet uit naar zijn veertigste verjaardag. Vanaf die dag hoeft hij van
zichtzelf niet meer aan deze "gekkigheid" mee te doen. Voorlopig werkt hij het
volledige programma, dat koersdirecteur Lévitan hem voorschotelt, nog af. En 's avonds is
hij niet te moe zijn strijdmakkers een volledige Indische rijsttafel te bereiden, onder de
luifel van een reusachtige bungalowtent.
Deze draagt de "Kampe(e)rman", een eerbewijs aan de schenkster, de familie
Kamperman uit Den Oever. |
|
Het koersdirecteurschap van Monsieur Lévitan is ditmaal geheel onomstreden. Op de fiets
is het met zijn leiderschap daarentegen helemaal gedaan. Met een uiterste inspanning weet
hij op de laatste col (*) nog éénmaal vernietigend uit te halen. Zal hij de moed en de
energie hebben het volgend jaar weer te proberen?
"A qoui bon tout ça?" geeft antwoord op de vraag wat sport zo aantrekkelijk
maakt: het samengaan van rivalieit en kameraadschap en de dunne lijn tussen uitputting en
genot. Eén vraag laat zich moeilijker beantwoorden. Dat is de vraag die ook de maker
onophoudelijk stelde: "Wat moet je d'r allemaal mee?".
(*) Hier wordt de Col de Portet d'Aspet bedoeld. De Italiaan Fabio Casartelli kwam in 1998
tijdens de afdaling van deze col op tragische wijze om het leven. |
|
|
|
|